de rechtspraak deel 2

Misschien denk je: deze huurder heeft pech. Ze is haar huis uitgezet vanwege het feit dat de Huurcommissie zich niet aan haar eigen procedureregels heeft gehouden waardoor Ymere bewijsmateriaal tegen de huurder kon inbrengen buiten de procedureregels van de Huurcommissie om. Nog meer pech: de huurder kon het bewijsmateriaal ook niet alsnog opvragen omdat de Huurcommissie het bewijsmateriaal zegt te zijn kwijtgeraakt. Vervolgens werd de huurder door de Huurcommissie voor een bezwaar afgepoeierd naar de rechtbank die doodleuk beweerde dat de rechtbank geen bezwaar tegen de uitspraak van de Huurcommissie mocht behandelen. De huurder raadpleegde tot overmaat van ramp een advocaat die doofstom bleek te zijn op de zitting bij de rechtbank. Daarna trof de huurder de meest asociale verhuisbedrijf waar je maar mee kan verhuizen. Tot slot blijkt de nieuwe woning van de huurder allerlei verborgen gebreken te hebben waardoor het onbewoonbaar is. Tevens blijken buren een sleutel van haar woning te hebben. Dus het drama moet nu wel compleet zijn.

Nou, dat blijkt niet het geval te zijn. Waternet heeft mij vrijwel direct na de verhuizing gedagvaard. Ik ben op 8 oktober 2019 verhuisd naar mijn nieuwe adres. Voor het oude adres kreeg ik een eindafrekening tot 8 oktober van Waternet. Dat was dus afgehandeld. Ik kreeg de waterrekening voor mijn oude adres altijd per email. Voor het nieuwe adres ontving ik, ondanks dat ik de verhuizing had doorgegeven, geen waterrekeningen. De waterrekening is een voorschotnota. Het leek mij daarom dat ik in de maand oktober, voor de termijn oktober-november-december 2019, in de nieuwe woning een rekening moest ontvangen. Die kreeg ik niet. Ik vroeg Waternet in november om de rekening. Het bedrijf zei dat er geen rekening openstond. Dat kan natuurlijk niet. Ik heb toen zelf een termijnbetaling overgemaakt, met als omschrijving dat het een betaling voor de termijn oktober-november-december 2019 betrof.

Ik ontving in december 2019 een aanmeldingsbrief van Waternet. Het waterbedrijf vroeg of ik mijn gegevens wilde controleren op de aanmeldingsbrief. Verder stond in de brief dat Waternet elk jaar in de maand september een jaarafrekening stuurt. In de maand december 2019 ontving ik een jaarafrekening van Waternet over het jaar 2019 in de nieuwe woning. Ik woonde tot 8 oktober 2019 niet op het nieuwe adres en bovendien had Waternet nog niets in rekening gebracht. Dus wat valt er af te rekenen over het jaar 2019. Waternet wilde niet inhoudelijk reageren op mijn berichten waarin ik vragen stelde over de jaarafrekening. Als ik aan Waternet vroeg waarom ik een jaarafrekening moest betalen dan kreeg ik het antwoord dat er helaas een rekening openstond. Meer informatie kon ik niet uit het bedrijf persen. Dus ik betaalde de jaarafrekening niet.

Waternet schakelde incassobureau Vesting Finance Incasso B.V. in. Ik belde het incassobureau op. Heb de situatie uitgelegd. De medewerkster van het incassobureau vond het ook vreemd dat ik een jaarafrekening moest betalen. Ze zou met Waternet overleggen en weer contact met mij opnemen. Ik heb nooit meer iets van haar gehoord. Ik kreeg wel vele e-mails van het incassobureau waarin ze bedelden om een review voor internet. Daarna heb ik maanden niets gehoord van Waternet of haar incassobureau. Misschien was het waterbedrijf het met mij eens dat ik geen eindafrekening hoefde te betalen op het nieuwe adres.

Dat bleek helaas niet het geval. Ik ontving een dagvaarding van gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. Er volgde een procedure bij de rechtbank die een jaar in beslag nam.

Het oordeel van de kantonrechter is dat ik inderdaad een jaarafrekening aan Waternet moet betalen. Ik heb mijn huurcontract namelijk getekend op 27 september 2019 en Waternet maakt in de maand september een jaarafrekening. Dus…

Deze kantonrechter maakt op mij geen ongemotiveerde, lamlendige indruk. Deze kantonrechter heeft keurig alle informatie en alle ingezonden stukken en zelfs ook ontbrekende stukken meegewogen en is tot het oordeel gekomen dat regels nou eenmaal regels zijn. Waternet maakt nou eenmaal in de maand september een jaarafrekening en ik heb de sleutel van de woning op 27 september ontvangen. Dus daarom moet ik een jaarafrekening betalen.

Ik wil graag aan een ieder duidelijk maken waarom het gevaarlijk is als er elke keer wordt gezegd ‘regels zijn regels’. Als redelijkheid, logica, gezond verstand en je hersens gebruiken niet meer van toepassing zijn dan ontstaat er een onleefbare samenleving. Er is dan geen verschil meer tussen een kronkel in het hoofd van een dictator en een kronkel in de rechtspraak. Het klakkeloos opvolgen van regels is een grote bedreiging voor de mensheid. Het zorgt ervoor dat mensen hun hersens niet gebruiken en dat wat je niet gebruikt, raakt in verval. Regels moeten een aanvulling zijn op ons gezonde verstand. Op dat wat wij redelijk en logisch vinden. We moeten ooit beginnen met zaken recht zetten. We kunnen beginnen met zaken de juiste naam te geven anders is er sprake van misleiding. Het lijkt alsof wij bij een rechtbank recht kunnen halen maar dat is misleiding. De rechtbank handelt niet in recht maar in regels. Het is misleiding om elke keer te spreken van een rechtbank, een rechter en de rechtsstaat. Het is eigenlijk een regelbank een regelaar en een regelstaat. Bij de rechtbank past men regeltjes toe. De vraag is of burgers dat wel willen. Degene die regels bedenkt kan bijvoorbeeld ook een regel opschrijven dat als de parkeermeter het niet doet dat je dan eerst in een gracht moet springen voordat je de gemeente over de parkeermeter benaderd. Of een regel dat je met een mondkap op moet lopen waardoor je structureel te weinig zuurstof krijgt en elke keer de afvalstoffen die je longen uitscheiden weer moet inademen. Willen we dat? Regels en wetten moeten een aanvulling zijn op onze natuur anders is er sprake van onderdrukking van de mens.

De rechtbank heeft gelukkig ook nog een andere zaak ‘opgehelderd’. Laten we kijken wat de rechtbank daarvan gebakken heeft. Een teamcoördinator van de rechtbank Amsterdam schreef in februari 2020 aan mij dat hij mijn klacht over het gepubliceerde vonnis -in het item ‘fraude op rechtspraak.nl’- zou doorsturen naar de president van de rechtbank. De klacht ging naar een klachtencoördinator. De klachtafhandeling zou enkele weken duren. Na een jaar had ik nog niets gehoord van de rechtbank. Na diverse herinneringen van mijn kant ontving ik in mei 2021 deze brief van de rechtbank:

  • Geachte mevrouw (-),

U heeft vorig jaar per e-mail contact gehad met de heer (-), teamcoördinator van team Insolventie/Bewind. Aanleiding was de publicatie van de uitspraak van de rechtbank in een procedure waarin u had verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het was u gebleken dat de gepubliceerde uitspraak niet overeen kwam met de uitspraak die u van de rechtbank had ontvangen. U heeft de rechtbank hierover geïnformeerd bij e-mail van 10 februari 2020, waarna uw correspondentie met de teamcoördinator op gang is gekomen. Uit uw e-mail van 14 februari 2020 volgt dat u niet tevreden bent over de antwoorden die u van de teamleider heeft gekregen, waarna uw e-mailcorrespondentie ter afhandeling als klacht is doorgestuurd aan het bestuur. In dat kader bericht ik u als volgt.

Een inhoudelijke reactie van het bestuur op uw correspondentie is tot nu toe uitgebleven. In eerste instantie is de afhandeling als gevolg van de coronacrisis vertraagd. Vervolgens is over het hoofd gezien dat u nog geen reactie had ontvangen. Ik bied u hiervoor excuses aan.

Wat de publicatie van de uitspraak in uw procedure betreft ben ik als volgt geïnformeerd. Bij het maken van schriftelijke uitspraken van de rechtbank wordt wel gewerkt met standaard overwegingen. Dit is ook het geval bij de behandeling van verzoeken om toepassing van de schuldsaneringsregel ing. De bruikbare overwegingen in dergelijke zaken zijn samengebracht in één document. Vanuit dit document wordt de schriftelijke uitspraak opgebouwd, en als het goed is worden de overwegingen die niet van toepassing zijn vervolgens verwijderd. In uw zaak is de uitspraak ook opgebouwd vanuit het document met standaard overwegingen, maar is verzuimd de overwegingen die niet van toepassing waren en die onderaan de uitspraak stonden, te verwijderen uit de digitale versie van de uitspraak. Aan u is alleen toegestuurd de uitspraak in uw zaak (2 pagina’s), maar in de digitale versie volgden nog enkele pagina’s met standaard overwegingen. Deze digitale versie is vervolgens intern ter publicatie aangeboden, en degene die de uitspraak op Rechtspraak.nl publiceerde heeft kennelijk over het hoofd gezien dat niet alleen de uitspraak in uw zaak, maar ook allerlei standaard overwegingen werden gepubliceerd.

Uiteraard is dit nooit de bedoeling geweest, en had verwacht mogen worden dat dit ergens in het proces van het publiceren van de uitspraak was opgemerkt. Dat is niet gebeurd, en ook daarvoor bied ik u excuses aan.

Uit uw e-mail van 14 februari 2020 volgt dat u wilt weten wie de uitspraak heeft gepubliceerd. Dit is technisch niet meer na te gaan. De publicatie van de uitspraak is na uw e-mail van 10 februari 2020 ongedaan gemaakt, en daarmee zijn ook de gegevens over deze publicatie verwijderd. Daarbij geldt dat de rechtbank jegens u verantwoordelijk is voor deze misslag, niet een individuele medewerker zelf.

Een andere vraag van u, lees ik in uw e-mail van 14 februari 2020, is hoe vaak dit soort uitspraken wordt gepubliceerd. Op dit moment geldt dat lang niet alle uitspraken worden gepubliceerd. Per uitspraak wordt beoordeeld of deze juridisch interessant genoeg is voor publicatie. In uw geval was dat kennelijk het geval. Nadat de uitspraak in uw zaak met standaard-overwegingen was gepubliceerd, is overigens verder afgezien van publicatie van de uitspraak.

Ik vertrouw erop uw klacht met het voorgaande afdoende te hebben behandeld.

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur van de rechtbank Amsterdam

(-)

  • Voorzitter

 

Dat is dus ook afgehandeld. Ik heb er verder niet op gereageerd. Ik weet niet wat ik hiermee aan moet. Als ik deze informatie van de rechtbank moet geloven dan bestaat er een vonnis vol met vooroordelen over mensen met schulden en gaat de kantonrechter per geval bekijken welk vooroordeel weggestreept kan worden. In mijn geval zijn alle pagina’s aan vooroordelen komen te vervallen maar heeft degene die het vonnis heeft gepubliceerd wel alle pagina’s met vooroordelen ook gepubliceerd. Het zal wel. Ik vraag mij dan af of alle andere gepubliceerde vonnissen wel kloppen. Ik heb de mijne per toeval ontvangen. Had ik het niet ontvangen dan had het voor altijd zo op rechtspraak.nl gestaan.

Overigens heb ik niet aan de rechtbank gevraagd hoe vaak dit soort uitspraken wordt gepubliceerd. Dat interesseert mij namelijk geen ****. Misschien wilde de rechtbank die informatie graag delen. Bij deze.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *