feiten en informatie over corona

Vroegâh keek ik weleens een hele avond televisie en dat vond ik nog gezellig ook. Tegenwoordig vraag ik mij af wat die televisie in mijn huis doet. Ik wil bijna elke dag wel mijn televisie uit het raam gooien maar dan komt het in de tuin van de benedenburen terecht en zij zullen dat misschien opvatten als een oorlogsverklaring van mijn kant want ik sta niet op goede voet met hen. Dus de televisie staat nog altijd op zijn plek. Elke keer als ik de televisie aanzet dan gaat het over corona. Altijd dezelfde hysterische angst over een pandemie.

Elke keer Mark Rutte en zijn entourage op televisie. Iemand heeft verteld welke kleren hij aan moet trekken. Iemand heeft zijn tekst geschreven. Iemand heeft verteld hoe hij zijn tekst moet voorlezen, welke toon hij daarbij moet gebruiken, hoe hij daarbij moet kijken, hoe hij moet zitten, hoe hij zijn handen moet vouwen en welke gebaren hij moet maken. Vervolgens moet ik naar de Mark Rutte show kijken. Ik kan er niet meer tegen.

Later op de avond gaan de talkshows vertellen hoe fantastisch Mark Rutte is. Hoe geweldig hij het weer heeft gedaan en wat een geweldige vent het is. De actualiteitenprogramma’s doen er nog een schep bovenop. Er verschijnen de hele avond door en in allerlei programma’s deskundigen om het verhaal van Mark Rutte te bevestigen en te onderbouwen. Ik kan het niet meer aanzien.

Elke avond wordt deze conclusie getrokken: alleen door vaccinatie kunnen we uit de coronacrisis komen. Als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor een ander. Wie daar vraagtekens bij zet is een wappie. Elke dag flinke druk via de televisie om je te laten vaccineren. Iedereen wil dat jij je laat vaccineren omdat zij dat belangrijk vinden. Maar wáár zijn de feiten en wáár is al die informatie op basis waarvan de gemiddelde Nederlander kan beoordelen of hij/zij zich wel wil laten vaccineren?

Het ene uiterste -de overheid- schreeuwt elke dag op televisie: Mensen paniek! Er is een virus! We gaan dood! Maar er is een vaccin! Het andere uiterste -de complotters- schrijven elke dag op internet: Bullshit! Er zit grafeenoxide in het vaccin! Grafeenoxide wordt schadelijk gemaakt voor mensen door de frequentieband uitgezonden in de emissiebandbreedtes van 5G!

Dat laatste leek mij héél-héél-héél ver gezocht maar na klein onderzoek op internet bleek dat het volledig onderbouwd kan worden. Ik zal daar een andere keer uitgebreider op ingaan omdat ik mij kan voorstellen dat de meeste mensen het nu niet kunnen volgen. Eerst wil ik iedereen voorzien van goede basisinformatie over corona en het vaccin.

Hoe moet je als normale burger over corona in gesprek gaan met elkaar, met werkgevers, op scholen, bij huisartsen e.d. terwijl je geen feitelijke informatie krijgt over corona? Als je onwetend wordt gehouden, kan iedereen je intimideren met: de overheid zegt dit en maatregel dat. Gevolgd door: jij moet dit en jij moet dat. Je wordt onwetend gehouden over corona dus je weet niet hoe je daar inhoudelijk op moet reageren. Rest niets anders dan braaf gehoorzamen.

Tussen de eerder genoemde 2 uitersten (overheid en complotters) zit gelukkig een middenweg. Er zijn deskundigen met naastenliefde en verantwoordelijkheidsgevoel. Ze vinden het belangrijk om de kennis die zij hebben te delen met anderen zodat anderen goed worden geïnformeerd. Ik denk dat deze deskundigen geen ruimte krijgen op televisie want ik zie ze nooit op de televisie. Ze doen niet mee aan het opbouwen van de spanning om mensen angst aan te jagen zodat ze zich laten vaccineren. Ze zorgen juist voor kalmte. Het vervelende is wel dat je hun informatie vindt op internet tussen die miljoenen filmpjes o.a. op YouTube.

Er zou eigenlijk een extra medium moeten komen waar je direct filmpjes kunt vinden die je goed informeren over corona zodat je daarna weer verder kunt met waar je mee bezig was. Het goede nieuws is: hier is dat medium. In dit item ga ik elke keer een film posten waarvan ik denk dat het belangrijke informatie voor iedereen bevat over corona. Dit item wordt dus elke keer geüpdatet als ik goede informatie tegen kom. Vandaag ga ik 2 filmpjes posten. In nauwelijks 2 uur krijg je daarmee meer relevante informatie over corona te horen dan in de afgelopen 1.5 jaar via de televisie. Doe er je voordeel mee.

  • Film 1
  • Afkomstig van: FreeChoice TV
  • Titel: Als die prik erin zit, dan kan die er niet meer uit. College over gezondheid.
  • Drs. Nick van Ruiten legt eenvoudig maar duidelijk uit wat het coronavaccin is. Dat het coronavaccin eigenlijk geen vaccin is maar gentherapie. Dat het vaccin voorwaardelijk en tijdelijk is goedgekeurd en dat vaccineren tegen corona eigenlijk een experiment is.

 

 

  • Film 2
  • Afkomstig van: De Nieuwe Wereld
  • Titel: We hebben de verkeerde verwachtingen van vaccinatie: een gesprek met Theo Schetters.
  • Immunoloog en vaccinatie-expert Theo Schetters in gesprek met filosoof Ad Verbrugge. Theo Schetters vertelt onder andere waarom je je niet hoeft te vaccineren voor een ander en waarom fabrikanten het middel tegen corona graag als een vaccin willen kwalificeren en hoe ze het er als vaccin doorheen hebben gekregen bij de autoriteiten terwijl het eigenlijk een genetisch medicijn is. Het I-woord (Ivermectine) valt ook.

 

 

  • Update 8 augustus 2021

Ik ben op internet het verhaal tegengekomen van Arno van Kessel. Hij is advocaat. Zijn verhaal staat op video maar ik hoor overal geluiden van mensen die het geluid slecht vinden en bovendien vinden dat de video te lang duurt. Dit is een samenvatting van zijn verhaal. Arno van Kessel vertelt dat de Stichting Artsen voor Waarheid bij hem aanklopten omdat ze geen advocaat konden vinden die bereid was om hen bij te staan voor onderstaande zaak.

  • Dit staat op https://www.artsenvoorwaarheid.nl/
  • “Naar aanleiding van een diepgaand onderzoek naar het ontstaan van Covid-19 is onderstaande documentatie opgesteld. Uit dit onderzoek is duidelijk en onderbouwd gebleken, dat Covid-19 een project is waarbij zeer ernstige misdrijven tegen de menselijkheid worden gepleegd. Op grond daarvan heeft de stichting Artsen voor Waarheid aan het onderzoeksteam opdracht gegeven een onderbouwde strafrechtelijke aangifte tegen de hoofdverdachten in Nederland, zijnde Rutte cs. op te stellen. Alle feiten zijn getoetst aan de waarheid.”

Uit de feiten blijkt o.a. dat vaccineren met het Covid-19 serum een experiment is dat loopt tot 1 januari 2024. Volgens het verhaal van Arno van Kessel staat dat ook in de bijsluiter van het serum. RIVM en GGD laten de bijsluiter niet zien. Er is sprake van een medisch experiment zonder dat er aan de mensen wordt gezegd dat er sprake is van een medisch experiment en zonder dat er aan hen wordt gevraagd of ze daaraan willen meedoen. Dat is in strijd met de Code van Neurenberg. In deze code staat dat geen mens verplicht kan worden gesteld om aan een medisch experiment mee te doen en indien er sprake is van een medisch experiment dan dient daar toestemming voor gevraagd te worden aan degene die wordt benaderd voor het experiment.

Advocaat Arno van Kessel vertelt dat hij eigenlijk is gespecialiseerd in ondernemingsrecht maar hij wilde Artsen voor Waarheid wel helpen omdat zij geen advocaat konden vinden die hen wilde bijstaan. Hij vertelt dat hij zelf eerder ook al wat twijfels had over het coronaverhaal. Hij vertelt dat hij zich vanwege zijn beroep elke keer moet bijscholen. In februari 2020 kwam de overheid voor het eerst met het coronaverhaal naar buiten en in mei 2020 moest hij de cursus corona spoedwet doen. Hij weet hoe lang ambtenaren erover doen om een wet te schrijven en daarom vroeg hij aan zijn leraar wanneer de ambtenaren waren begonnen met het schrijven van de corona spoedwet. De professor zei dat ambtenaren in het eerste kwartaal van 2019 al waren begonnen met het schrijven van de corona spoedwet.

De advocaat vertelt dat hij de patentenrechten van het Sars-Cov2 virus heeft doorgenomen en er verder onderzoek naar heeft gedaan. Volgens hem blijkt daaruit dat het virus in een reageerbuis is gemaakt. De patentrechten bestaan volgens hem uit diverse patenten en één van de uitvinders van een belangrijk patent schijnt Ab Osterhaus te zijn. Inderdaad, degene die elke avond op televisie komt vertellen hoe verschrikkelijk het allemaal is.

De advocaat heeft samen met een team professoren onderzoek gedaan naar het coronavirus. Uit dat onderzoek is gebleken dat Covid-19 geen ziekte is maar een project dat is gestart in het jaar 2015. COVID staat voor Certificate Of Vaccination ID welke is gekoppeld aan een project van Bill Gates met de naam ID 2020. Het gaat om een ID òp je lichaam.

Ook is hij gestuit op Agenda 2021 welke wordt uitgevoerd door ons parlement maar waar wij geen weet van hebben. De huidige situatie met corona ìs Agenda 2021. Het gaat hier om een contract met de Verenigde Naties. Het contract bestaat uit 386 pagina’s en het is in 1992 ondertekend door Ruud Lubbers in bijzijn van Hans van den Broek. In het jaar 2015 is daar de Agenda 2030 bijgekomen welke is ondertekend door Mark Rutte. In september 2019 is er nog een agenda bijgekomen welke inhoudt dat de doelstellingen uit Agenda 2030 reeds in 2025 moeten zijn gehaald. Deze agenda is ondertekend door Mark Rutte. Inderdaad, degene die elke keer op televisie zijn medeleven uit omdat iedereen bezwijkt onder zijn coronamaatregelen.

Naast deze afspraken met de Verenigde Naties heeft de Europese Unie ook roadmaps opgesteld op basis van Agenda 2030. Er zijn 2 belangrijke roadmaps. Een daarvan is roadmap 5G-netwerk en de andere is roadmap vaccination, die loopt van 2018 tot en met 2022. In 2022 moet iedere Europese burger zijn uitgerust met een vaccinatiepaspoort.

Van belang is ook dat de Verenigde Naties in 1955 een organisatie heeft opgericht met de naam World Goodwill. In de statuten van World Goodwill staat dat zij de weg voorbereiden voor de kosmische Christus. Het gaat hier niet om Jezus maar om de antichrist. Agenda 2030 is eigenlijk de voorbereiding voor de komst van de antichrist en er zijn dus contracten getekend om de komst van de antichrist te versnellen.

Arno van Kessel heeft het ook over iemand die Klaus Schwab heet. Hij schijnt een belangrijk persoon te zijn met veel macht. Hij staat hoog op de piramide. Klaus Schwab schijnt de grondlegger te zijn van Agenda 2021. Hij schijnt ook de pionnen Mark Rutte en Sigrid Kaag aan te sturen. Klaus Schwab heeft ook boeken geschreven waarin hij schrijft wat zijn plannen met de mensheid zijn. Hij wil de mens transformeren in een transhumaan wezen -half mens half robot- dat op afstand kan worden aangestuurd. De techniek bestaat al. Men is nu toe aan de uitvoering.

Verder deelt Arno van Kessel meer interessante informatie. Bijvoorbeeld hoe de overheid heeft geregeld dat zij voor 50% deelgezag hebben over andermans kinderen. Maar ook dat het vaccin tegen Covid-19 voornamelijk bestaat uit grafeenoxide. Dat het heel moeilijk is om aan een serum te komen voor onderzoek maar ook moeilijk om een laboratorium te vinden die het onderzoek wil uitvoeren.

Deze advocaat gaat namens Artsen voor Waarheid Mark Rutte en Hugo de Jonge aanklagen op basis van de Neurenbergcode. Hij vertelt dat hij samen met andere advocaten volgende maand een verzoekschrift gaat indienen bij alle gerechtshoven in Nederland. Ze gaan al hun bevindingen met het bewijsmateriaal bij de gerechtshoven neerleggen om te kijken wat zij daarmee doen. Ze verwachten niet dat de gerechtshoven Mark Rutte laten arresteren. Ze verwachten dat hun zaak niet ontvankelijk zal worden verklaard. De volgende stap is het internationale strafhof in Den Haag.

De informatie die Arno van Kessel in een video opname deelt is interessant maar het geluid is slecht, vooral in het begin. Er zijn heel veel bijgeluiden. De video duurt ook bijna 2 uur. Soms kan ik niet verstaan wat er wordt gezegd. Met een koptelefoon op lukte het beter. De informatie is naar mijn mening wel belangrijk daarom heb ik in dit item samengevat wat Arno van Kessel vertelt. Mocht je de video zelf willen zien dan kun je deze bekijken op de site van Bitchute via onderstaande link:

https://www.bitchute.com/video/lVqTm2FT85AF/

 

  • Update 14 augustus 2021

Eerst een heel kort filmpje van nog geen 10 minuten. Het is een noodkreet en oproep van advocaat Niels Vanaken. Hij houdt zich bezig met corona gerelateerde zaken. Hij ontvangt bijna dagelijks persoonlijke berichten van mensen bij wie binnen familie- of kennissenkring mensen last hebben van ernstige bijwerkingen na vaccinatie of zelfs komen te overlijden kort na vaccinatie. Hij zegt dat er in korte tijd 1184 berichten over overlijden na vaccinatie bij hem zijn binnengekomen. Volgens sommige van die berichten doen artsen en politie geen onderzoek als iemand komt te overlijden kort na vaccinatie.

Hij zegt dat hij n.a.v. de berichten die hem bereiken contact heeft opgenomen met de media en bekende programma’s. Die doen niets met zijn informatie. Men reageert niet eens. Zijn indruk is dat de msm deze berichten niet naar buiten wil brengen vanwege het Covid-19 beleid van de overheid.

Binnenkort gaan er prikbussen, die hij doodseskaders noemt, naar de scholen om kinderen over te halen om zich te laten vaccineren.

https://www.bitchute.com/video/VpSEEpIzkkNk/

Via onderstaande link kun je een video zien van iemand die zich bezighoudt met patentaanvragen. Hij heeft meer dan 4000 patenten geëvalueerd die zijn uitgegeven rond het SARS corona virus. Daaruit blijkt dat er eerst de behandeling tegen corona was en daarna pas het coronavirus.

Volgens hem was er geen sprake van een SARS uitbraak omdat mensen alle elementen daarvan zelf hebben ontworpen. Alles is gepatenteerd voor financiële uitbuiting. Er zijn volgens hem 73 patenten, allemaal afgegeven voor 2019.

Volgens deze persoon werd het script voor het coronaverhaal voor het eerst geschreven op 6 januari 2004 door ene Merck tijdens een conferentie genaamd SARS en Bioterrorisme. Merck introduceerde het begrip: Het Nieuwe Normaal.

Corona wordt door de eigenaren van het virus gezien als een makkelijk kneedbaar bio-wapen.

https://commonsensetv.nl/uw-belangrijkste-video-ooit-de-grootste-leugen-is-ontmaskerd/

 

  • Update 15 augustus 2021

Van mijn vorige bericht over corona is het filmpje helaas niet meer beschikbaar op YouTube. Dat maakt niet uit want het onafhankelijke meldpunt bijwerkingen vaccinatie kun je vinden op onderstaande site van de Stichting Buitenparlementaire Onderzoekscommissie 2020.

https://bpoc2020.nl/

Hier een kort videobericht van ongeveer 8 minuten van de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie.

Uit het bericht blijkt dat de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie op 6 augustus 2021 minister De Jonge heeft gesommeerd de vaccinatiecampagne onmiddellijk stil te leggen omdat uit meldingen blijkt dat er veel mensen overlijden na vaccinatie of last hebben van ernstige gezondheidsschade na vaccinatie. Indien de minister geen gehoor geeft aan de sommatie dan zal de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie zich wenden tot de rechter.

N.a.v. de sommatie aan minister De Jonge ontving de Buitenparlementaire Onderzoeks-commissie een uitnodiging om te komen praten. De onderzoekscommissie heeft de uitnodiging aangenomen.

Na aanvaarding van de uitnodiging van het ministerie van VWS, kreeg de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie ineens het bericht dat ze welkom zijn in een conference call met de directeur covid-19 vaccinaties in plaats van een persoonlijk gesprek op het ministerie met minister De Jonge. Dat was voor de onderzoekscommissie onaanvaardbaar. De afspraak was om op het ministerie van VWS te spreken met minister   De Jonge in persoon. Na protest over de gang van zaken door de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie heeft het ministerie van VWS de onderzoekscommissie alsnog uitgenodigd om op het ministerie te komen praten over schorsing van vaccinaties.

Op 11 augustus was het zover. Op het ministerie van VWS had de onderzoekscommissie een gesprek met Victor Sannes. Hij is directeur covid-19 vaccinaties. Bij het gesprek was ook het hoofd van de juridische afdeling van het ministerie van VWS aanwezig. In dat gesprek heeft de onderzoekscommissie de meldingen overlegd die bij hen zijn binnengekomen. Het gaat om meer dan 1200 gevallen waarin mensen zijn overleden kort na vaccinatie en meer dan 1100 gezondheidsklachten opgetreden kort na vaccinatie. De onderzoekscommissie heeft het ministerie gevraagd de vaccinatiecampagne te schorsen zodat er onderzocht kan worden of er een causaal verband is tussen de meldingen en het kort daarvoor ontvangen vaccin. Het ministerie was niet bereid de vaccinatiecampagne te schorsen. De Buitenparlementaire Onderzoekscommissie ziet daarom geen andere weg dan het ministerie in een kort geding te dagvaarden zodat aan de rechter gevraagd kan worden om de vaccinaties te schorsen zodat er onderzocht kan worden of er een verband is tussen het vaccin en de meldingen die bij het meldpunt binnenkomen.

Hier een filmpje van ongeveer 10 minuten met een straatinterview met de onderzoekscommissie direct na het bezoek aan het ministerie van VWS. Uit het gesprek blijkt o.a. dat de farmaceutische industrie de EMA financiert (lijkt mij niet geheel onbelangrijke informatie). Hugo de Jonge was niet aanwezig bij het gesprek, hij was op vakantie.

 

  • Update 18 augustus 2021

YouTube verwijderde een tijd geleden een interview met hoogleraar en hartchirurg Jan Grandjean van haar kanaal. Volgens YouTube was er sprake van misleidende medische informatie. Het gesprek ging over corona en de maatregelen.

Ik heb het verboden filmpje toevallig gevonden. Via onderstaande link kun je het interview bekijken en zelf oordelen of hier sprake is van misleiding of censuur.

https://www.blckbx.tv/videos/mindcontrol

 

  • Update 27 augustus 2021

Het is vandaag de dag belangrijk en interessant om te weten hoe de macht in de wereld is verdeeld. Wie bedenkt het wereldbeleid t.a.v. corona en het klimaat e.d.

Politici en de media komen slechts met berichten over de stand van zaken en mogelijke ontwikkelingen. Maar wie bedenkt het allemaal? Waar komt het beleid vandaan? De media is daar vaag over.

Drs. Karen Hamaker – Zondag heeft veel gestudeerd, bestudeerd, gelezen en onderzocht. Ik zie haar nooit op televisie maar ze heeft interessante inzichten over machtsstructuren, wetenschap, groepsdenken en nog veel meer.

 

klachtafhandeling door Huurcommissie

In maart 2020 had ik in het item ‘fraude op rechtspraak.nl’ geschreven dat ik de klachtafhandeling van de Huurcommissie hier zou publiceren. Het is er al die tijd niet van gekomen.

Het is alweer een tijd geleden maar er ging het volgende aan vooraf. Er dreigde een hele tijd een ontruiming van mijn woning. Aan de wieg van deze ontruiming stond de Huurcommissie met een uitspraak welke de Huurcommissie had onderbouwd met een onderzoek die nooit had plaatsgevonden, plus een zitting van 7 minuten en een map met bewijsmateriaal welke Ymere òp de zitting aan de Huurcommissie had overhandigd. Dat is in strijd met de procedureregels van de Huurcommissie. Volgens de Huurcommissie dienen documenten uiterlijk 5 dagen vóór de zitting ingestuurd te worden en de informatie moet ook naar de huurder gestuurd te worden. Deze procedureregels zijn niet nageleefd door de Huurcommissie en Ymere. Het resultaat was een uitspraak van de Huurcommissie welke gebaseerd was op bewijsmateriaal tegen mij waarvan de Huurcommissie zei dat het er was maar welke niemand kon overleggen.

Ik wilde met mijn klacht aan de Huurcommissie duidelijk maken met welke situatie ik werd geconfronteerd doordat zij zich niet aan hun procedureregels hadden gehouden. Maar ik wilde vooral ook van de Huurcommissie weten wat zij nog konden doen om de ontstane situatie recht te zetten. Ik wilde weten wat de Huurcommissie nog kon doen om de ontruiming van mijn woning te voorkomen.

  • Dit is mijn klacht welke ik naar de Huurcommissie heb gestuurd:
  • Beste medewerkers van de Huurcommissie,

Ik heb een klacht naar aanleiding van uw zaaknummer ZKN-2016-002819. Mijn vraag aan u is allereerst of u mijn klacht met spoed kunt behandelen want door een ongefundeerde uitspraak van u, waarbij u volgens de kantonrechter ook nog verkeerde informatie gaf over de bezwaarprocedure, raak ik zo goed als zeker dakloos na 6 februari 2019.

Lang geleden, ik denk in het jaar 2000, heeft de Huurcommissie mijn huur verlaagd. De verhuurder mocht de huur weer verhogen nadat herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd. In 2010 deed Ymere ten onrechte een herstelmelding bij de Huurcommissie. Ymere loog tegen de Huurcommissie dat ik niet wilde meewerken aan de herstelwerkzaamheden terwijl in werkelijkheid Ymere de werkzaamheden niet wilde uitvoeren. Ze vonden het te duur. De Huurcommissie doorzag die leugen van Ymere en de huur werd niet verhoogd omdat Ymere geen bewijs kon overleggen waaruit bleek dat ik niet wilde meewerken aan herstellen van het gebrek. Het bewijs is er simpelweg niet omdat ik juist wil dat Ymere de werkzaamheden uitvoert maar Ymere wil dat niet.

In juni 2016 deed Ymere weer ten onrechte een herstelmelding bij de Huurcommissie. Weer met als reden dat ik niet wil meewerken aan herstellen van het gebrek en wederom was dat een leugen van Ymere om een huurverhoging te realiseren via de Huurcommissie. Tot mijn verbazing heeft de Huurcommissie in oktober 2016 geoordeeld dat ik inderdaad niet wil meewerken aan herstelwerkzaamheden die Ymere in mijn woning wil uitvoeren.

U heeft in oktober 2016 geoordeeld dat uit uw rapport van onderzoek blijkt dat ik niet wil meewerken. Het rapport van onderzoek is onderbouwd met een onderzoek in mijn woning en dat onderzoek heeft nooit plaatsgevonden. U kunt een uitspraak niet onderbouwen met een onderzoek dat nooit heeft plaatsgevonden. Ook zegt u in uw uitspraak dat op de zitting is gebleken dat ik niet wil meewerken. Op de zitting –die ongeveer 7 minuten duurde- heb ik uitdrukkelijk gezegd dat Ymere welkom is om de werkzaamheden uit te voeren. Dat staat ook in uw uitspraak.

In strijd met uw eigen regels, overhandigde Ymere op de zitting een map met bewijsstukken aan alle partijen. Uit die stukken zou moeten blijken dat ik niet meewerk. De map werd niet doorgenomen op de zitting maar werd wel geaccepteerd als bewijsmateriaal. Thuis heb ik de map doorgenomen die aan mij was overhandigd. In mijn map zat mailwisseling tussen Ymere en mij over reparatieverzoeken van mij aan Ymere. De inhoud van mijn map had niets te maken met de Huurcommissiezaak die werd behandeld. De Huurcommissie oordeelde echter bewijs te hebben gezien dat ik niet wil meewerken. Daarom heb ik een kopie van uw map opgevraagd. Daarop kreeg ik uiteindelijk een brief dat de Huurcommissie de map kwijt was. Er werd gezegd dat ik bezwaar mocht maken bij de kantonrechter.

De kantonrechter behandelde mijn bezwaar na ongeveer een jaar. De kantonrechter zei dat uw informatie over een bezwaarprocedure onjuist is en dat zij mijn bezwaar niet mocht behandelen. De kantonrechter wilde op eigen initiatief wel oordelen of de eerdere huurverlaging van de Huurcommissie wel terecht was.

De kantonrechter concludeerde dat op basis van het geluidsonderzoeksrapport de woning wel een gebrek heeft. Ymere loog toen tegen de kantonrechter dat mijn woning een monument uit 1883 is, welke nooit is gerenoveerd en dat ik te hoge verwachtingen heb van een oude woning. Mijn woning is echter een normale woning uit 1905 en wél gerenoveerd. De kantonrechter geloofde echter het verhaal (zonder bewijs) van Ymere en de huurverhoging met terugwerkende kracht was een feit. Het ging er niet meer over of ik wel of niet meewerk aan herstelwerkzaamheden of het bewijs daarvoor. De rechter oordeelde op basis van de leugens van Ymere dat de woning gewoon geen gebrek had.

Ik kan het verhoogde huurbedrag per maand wel betalen maar een jaar huurverhoging met terugwerkende kracht plus proceskosten kan ik niet in één keer betalen. Ymere nam geen genoegen met een betalingsregeling en is direct een ontruimingsprocedure gestart. De kantonrechter is het met Ymere eens dat zij geen genoegen hoeven te nemen met een betalingsregeling. Nu mag Ymere de woning ontruimen want de schuld werd hoger door proceskosten vanwege de ‘bezwaarprocedure’ en nog een keer proceskosten vanwege de ontruiming. De schuld bestaat nu uit proceskosten etc.

De enige mogelijkheid voor mij om niet dakloos te raken is mij aanmelden bij schuldhulp. Na de aanzegging voor ontruiming van de deurwaarder van Ymere, heb ik samen met schuldhulp een moratorium moeten aanvragen om niet dakloos te raken.

Ik heb Ymere een minnelijke regeling voorgesteld. Ymere wil echter dat ik eerst per direct de woning verlaat. Dat is niet realistisch want dan verlies ik mijn woonduur en kom ik niet meer in aanmerking voor een woning via Woningnet. Ik wil een normaal vertrek uit de woning met Ymere bespreken maar Ymere wil dat ik crepeer op straat.

Het ging Ymere in 2016 alleen om een huurverhoging via de Huurcommissie. Daarna realiseerde Ymere zich dat ze nog veel meer huur kunnen ontvangen als zij mij uit de woning werken via de rechtbank. Tegelijkertijd zijn er een paar mensen bij Ymere die hevig opgewonden raken als een huurder flink in de problemen is gekomen. Van die naargeestige situatie wil Ymere nu geen afstand meer doen waardoor ik geen kant op kan. Wat ik ook voorstel, Ymere wijst het af. Ymere wijst alles af wat kan leiden tot een oplossing voor deze vervelende situatie.

Vandaag -30 januari- was er een zitting bij de rechtbank omdat ik een moratorium heb aangevraagd. De bedoeling is om een minnelijke regeling met de verhuurder te treffen. Maar Ymere stuurde speciaal een medewerker van de deurwaarder naar de zitting om bekend te maken dat ze onder geen enkele voorwaarde een minnelijke regeling met mij willen treffen. Ook niet een minnelijke regeling om op een normale manier uit de woning te vertrekken zodat Ymere haar gewilde huurverhoging kan realiseren. Ymere wil op deze manier graag een benarde situatie voor de huurder in stand houden. Ze willen dat ik óf direct uit de woning vertrek en op straat ga overleven als dakloze óf ze willen de woning direct spectaculair laten ontruimen door de deurwaarder óf ze willen -als al het andere niet mogelijk is- dat ik onder bewind kom te staan via de rechtbank. Dat is dan de enige mogelijkheid voor mij om niet dakloos te raken. In het laatste geval krijgt Ymere geen cent want er is nauwelijks geld om de bewindvoerder te betalen. Ook is er dan geen enkele mogelijkheid om te verhuizen om zodoende als verstandig mens een eind te maken aan een totaal verziekte relatie tussen huurder en verhuurder. Ymere heeft vandaag aan de kantonrechter laten weten dat zij zich bewust zijn van het feit dat ze niet betaald worden als ik onder bewind kom te staan maar dat ze dat accepteren. De wetenschap dat ze het leven van de huurder flink kunnen ontwrichten, geeft blijkbaar genoeg voldoening.

Deze ziekelijke situatie is ontstaan doordat Ymere heeft gelogen en gefraudeerd bij de Huurcommissie. U heeft daar genoegen mee genomen. Volgens de regels van de Huurcommissie moeten stukken 5 dagen voor de zitting bij de Huurcommissie binnen zijn. Deze regel is er niet voor niets. Ymere gaf het dubieuze bewijsmateriaal over mijn zogenaamde gebrek aan medewerking aan het eind van een zitting die maar een paar minuten duurde. Ook klopte de bezwaarmogelijkheid van de Huurcommissie niet. Daardoor kon ik geen bezwaar maken tegen uw uitspraak en werden de leugens van Ymere feiten. Daarom wil ik graag weten of de Huurcommissie op welke manier dan ook een eind kan maken aan deze situatie met Ymere. Ik wil weten of de Huurcommissie nog iets kan rechtzetten vóórdat ik dakloos raak?

Op 6 februari zal de rechter mij een vonnis toesturen om te oordelen of het moratorium wordt toegewezen. Als de schuldeiser al heeft laten weten dat ze niet mee willen werken aan een minnelijk traject dan wordt het moratorium afgewezen en mag de woning worden ontruimd.

Dit is dus niet alleen een klacht over uw werkwijze maar ook wil ik weten of u nog iets kunt doen om uw ongefundeerde uitspraak van oktober 2016 recht te zetten.

Ik verneem graag uw reactie.

  • Met vriendelijke groet,
  • (…)

 

Volgens de Huurcommissie zou afhandeling van de klacht 6 weken duren. Maar er gingen maanden voorbij zonder een teken van leven van de Huurcommissie. Ondertussen dreigde er een huisuitzetting waar verder niemand meer iets aan kon doen. Dus een reactie van ‘de oorzaak van alle ellende’ was welkom. Helaas bleef dat uit. Ik heb de Huurcommissie diverse keren verzocht om mijn klacht toch vooral af te handelen. Helaas zonder resultaat. Uiteindelijk heb ik na maanden weer een klacht over de Huurcommissie gestuurd via Informatie Rijksoverheid. Dit keer was mijn klacht dat de Huurcommissie zich niet houdt aan haar eigen behandeltermijn voor een klacht.

 

  • Eindelijk kreeg ik na 6 maanden deze reactie van de Huurcommissie:
  • Geachte mevrouw (…),

Op 31 januari 2019 hebben wij uw klacht, bij ons geregistreerd onder nummer 52486, in goede orde ontvangen. Uw klacht van 24 juni 2019 via Informatie Rijksoverheid heeft ons tevens in goede orde bereikt. Deze is bij ons geregistreerd onder nummer EM1244641. Er is meerdere malen getracht met u in telefonisch contact te treden om uw klachten te bespreken. Helaas is dat contact niet tot stand gekomen.

Na bestudering van uw dossier en klachten, bericht ik u als volgt.

Conclusie

Uw klacht met nummer EM1244641 over de behandelduur van u klacht met nummer 52486 is gegrond.

Uw klacht over de uitspraak in het verzoek met nummer ZKN-2016-002819 is ongegrond.

Uw klacht over het niet ontvangen van materiaal van de Huurcommissie is te laat ingediend.

Uw klacht over onjuiste informatie over een bezwaarprocedure bij de rechter is ongegrond.

Motivering

Klacht 1: De behandelduur van u klacht met nummer 52486

U heeft op 31 januari 2019 een klacht ingediend. Op 24 juni 2019 heeft u aangegeven dat u niet tevreden bent met de behandelduur van uw klacht.

De Huurcommissie heeft op dit moment een achterstand in de behandeling van diverse verzoeken, waaronder de klachten. Oorzaken hiervan zijn een toename in het aantal ingediende verzoeken, een relatief nieuw computersysteem en een te kort aan personeel. Al deze omstandigheden zorgen voor een langere behandeltermijn dan gebruikelijk is bij de Huurcommissie.

U heeft circa 25 weken, berekend vanaf 31 januari 2019, moeten wachten op de afhandeling van uw klacht. Een dergelijke termijn is langer dan u van de Huurcommissie mocht verwachten. Daarom acht ik uw klacht gegrond en bied ik u mijn excuses aan.

Klacht 2: De uitspraak van het verzoek met nummer ZKN-2016-002819

De verhuurder van uw woning heeft de Huurcommissie gevraagd een eerder uitgesproken tijdelijke huurverlaging vanwege onderhoudsgebreken, ongedaan te maken. Dit verzoek is door de Huurcommissie behandeld onder zaaknummer ZKN-2016-002819. De Huurcommissie heeft op 29 november 2016 uitspraak gedaan in deze zaak, welke uitspraak op dezelfde dag naar u en de verhuurder is verzonden. U bent het niet eens met de uitspraak van de Huurcommissie. U voert daarvoor meerder gronden aan.

De Huurcommissie heeft niet de bevoegdheid om haar eigen uitspraken ongeldig te verklaren of te herzien. Dit is voorbehouden aan de rechter. In de uitspraak en de begeleidende brief is vermeld hoe en binnen welke termijn een partij een procedure bij de rechter kan beginnen.

Gezien het bovenstaande acht ik uw klacht ongegrond.

Klacht 3: U krijgt het door de verhuurder aan de Huurcommissie verstrekte materiaal niet.

Ik begrijp uit uw klacht dat de Huurcommissie op de zitting in de zaak met zaaknummer ZKN-2016-002819 schriftelijk materiaal van de verhuurder in ontvangst heeft genomen. U schrijft dat dit materiaal door de Huurcommissie is betrokken in haar oordeel over het verzoek.

U klaagt dat u eerder heeft verzocht om afschriften van dit materiaal maar deze niet heeft gekregen.

Het gaat hier om gedragingen van de Huurcommissie die ruim twee jaar geleden heeft plaatsgevonden. Deze kan nu niet meer in een klachtbehandeling worden betrokken. Ten overvloede wijs ik u op onze brief van 10 maart 2017 waarin wij aangeven de bescheiden, waar u om vraagt, niet meer kunnen traceren. Hiervoor bieden wij onze excuses aan in deze brief.

Klacht 4: Onjuiste informatie over een bezwaarprocedure bij de rechter

U klaagt dat de Huurcommissie u onjuist heeft geïnformeerd over een bezwaarprocedure bij de rechter. De Huurcommissie vermeldt in haar uitspraak en de daarbij horende begeleidende brief dat als u het niet eens bent met de uitspraak u naar de rechter kunt gaan om een ander oordeel te vragen. De Huurcommissie vermeldt daar nooit bij dat het dan om een bezwaarprocedure bij de rechter zou gaan. Dat kan ook niet, want er is geen mogelijkheid bij de rechter een bezwaarprocedure te starten naar aanleiding van een uitspraak van de Huurcommissie.

Nu ik geen aanleiding heb om aan te nemen dat uw klacht ziet op een gedraging van de Huurcommissie, acht ik deze klacht ongegrond.

Ik ga ervan uit dat ik u met deze brief voldoende geïnformeerd heb.

Nationale ombudsman

Als u zich niet kunt vinden in mijn antwoord op uw klachten, dan kun u zich wenden tot de Nationale ombudsman. Het adres van de Nationale ombudsman is: Bezuidenhoutseweg 151, Postbus 93122, 2509 AC Den Haag.

Zekerheidshalve sturen wij u deze brief tevens per mail.

Hoogachtend,

  • De voorzitter van de Huurcommissie,
  • (…)

 

Misschien is het je opgevallen dat de Huurcommissie wel haar excuses aanbiedt omdat ze de map met bewijsmateriaal kwijt is geraakt maar het feit dat de map buiten de procedureregels van de Huurcommissie is ingebracht als bewijsmateriaal en dat de Huurcommissie met de inhoud van de map haar uitspraak heeft onderbouwd en daarmee de basis heeft gelegd voor ontruiming van de woning, daar wordt geen woord aan vuil gemaakt.

Op deze brief van de Huurcommissie heb ik verder niet gereageerd. De vorige woning moest ontruimd worden en de nieuwe woning bleek onbewoonbaar. Mijn focus lag op een gesprek daarover met de nieuwe verhuurder. Verder verjaren zaken bij de Huurcommissie. Dat is vooral heel gunstig voor de Huurcommissie. Op mijn blog verjaart er niets. Dus die brief wil ik hier alsnog behandelen.

Volgens de brief van de Huurcommissie was ik al die tijd telefonisch onbereikbaar. Dat is gelogen. Ik ben heel goed telefonisch bereikbaar en indien dat niet het geval is dan staat mijn voicemail aan. Het is zelfs zo dat ik in die periode de Huurcommissie zelf regelmatig heb gebeld om te vragen hoe ver ze waren met de afhandeling van mijn klacht. Ik maakte hen keer op keer duidelijk dat er een ontruiming dreigde en dat ik dat wilde voorkomen met een correctie van die uitspraak van de Huurcommissie. Ik wilde dat de Huurcommissie toegaf dat het bewijsmateriaal waarmee haar uitspraak was onderbouwd niet deugde en er zelfs niet was zodat daarmee de ontruiming kon worden voorkomen. De reactie van de Huurcommissie aan de telefoon was dat zij niet de belangen van de huurder behartigen.

Volgens de reactie van Huurcommissie op mijn klacht klaagde ik pas na 2 jaar over het bewijsmateriaal welke niet volgens de procedureregels van de Huurcommissie werd overlegd en klaagde ik pas na 2 jaar over gedragingen van de Huurcommissie. Ook dat klopt niet. Ik heb direct geklaagd over het feit dat de Huurcommissie zich niet aan haar eigen procedureregels heeft gehouden. Eerst aan de telefoon. Daarna via hun website. Van de klacht via hun website heb ik geen kopie ontvangen maar de Huurcommissie heeft er wel op gereageerd.

 

  • Deze brief ontving ik in maart 2017 van de Huurcommissie:
  • Geachte mevrouw (…),

Op 28 december 2016 ontvingen wij uw brief. Het gaat over de woonruimte op het adres (…) in Amsterdam.

In antwoord op uw brief moet ik u helaas mededelen dat de stukken waarom u heeft verzocht: te weten de door de gemachtigde ter zitting van 25 oktober 2016 overlegde bescheiden, helaas in het ongerede is geraakt. Wij hebben deze bescheiden niet meer kunnen traceren.

Ik bied u hiervoor mijn excuses aan.

Heeft u vragen?

Kijk op onze website: www.huurcommissie.nl. Of bel ons gratis telefoonnummer 0800 – 488 72 43. Wij zijn bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur.

Hoogachtend,

  • (…)
  • Hoofd afdeling Geschilbeslechting

 

Uit bovenstaande brief van de Huurcommissie blijkt dat ik niet pas na 2 jaar heb geklaagd over de werkwijze van de Huurcommissie. De zitting was in oktober 2016, de uitspraak was in november en in december hadden ze volgens hun eigen reactie mijn brief met de klacht ontvangen. De reactie van de Huurcommissie op mijn klacht biedt geen oplossingen. Dat zou wel zo moeten zijn aangezien de Huurcommissie hele belangrijke beslissingen neemt met verstrekkende gevolgen voor een huurder.

Ik heb na die uitspraak van de Huurcommissie overal aangeklopt voor herstel of recht en verder zelf geprobeerd om de fout van de Huurcommissie recht te zetten. Toen bleek dat recht niet bestaat en dat er geen regel bestaat om fouten van de Huurcommissie recht te zetten, leek het mij logisch om dat aan de Huurcommissie te laten weten zodat zij misschien zelf hun fout recht kunnen zetten. Maar het interesseert ze gewoon niet. De klachten-procedure van de Huurcommissie is er vooral voor de Huurcommissie zelf. Het biedt hen de mogelijkheid om hun straatje schoon te vegen.

 

  • Onderaan de uitspraak van de Huurcommissie staat deze tekst:
  • Volgens de wet worden de huurder en de verhuurder geacht overeengekomen te zijn wat in deze uitspraak is vastgesteld, tenzij een van hen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een beslissing van de rechter heeft gevorderd over het punt waarover de Huurcommissie om een uitspraak was verzocht.
  • Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u binnen acht weken na de verzenddatum van deze uitspraak naar de rechter gaan.

 

Het lijkt door deze tekst onderaan de uitspraak van de Huurcommissie alsof je je zaak alsnog aan de kantonrechter kunt voorleggen maar dat blijkt dus niet te kunnen.

Volgens de reactie van de Huurcommissie op mijn klacht kun je je ook wenden tot de Nationale ombudsman. Die heb ik benaderd. De Nationale ombudsman heeft laten weten alleen klachten te behandelen m.b.t. gedragingen van de Huurcommissie. Als de Huurcommissie zich niet aan haar eigen procedureregels houdt dan doet de Nationale ombudsman daar helemaal niets mee. De Nationale ombudsman poeiert je gewoon weer af naar de Huurcommissie.

Uit deze hele geschiedenis is gebleken dat wanneer de Huurcommissie een fout maakt, door bijvoorbeeld haar eigen procedureregels niet na te leven, dat niemand die fout van de Huurcommissie daarna nog recht kan zetten. Ook de Huurcommissie zelf kan haar eigen fouten niet recht zetten. Ik geloof dan ook meteen dat de Huurcommissie, gelet op haar werkwijze, hele bergen met ernstige klachten heeft en dat zij die klachtenstroom niet binnen de door haar gestelde behandeltermijn kan afhandelen.

Achteraf gezien denk ik dat de Huurcommissie en Ymere zich geen raad meer wisten met de uitspraak van de Huurcommissie uit het jaar 2000. Het gevolg van die uitspraak was namelijk dat de huur pas weer verhoogd mocht worden nadat er werkzaamheden in de woning waren verricht door de verhuurder. Ook de jaarlijkse huurverhoging mocht pas weer in rekening gebracht worden nadat Ymere die werkzaamheden in de woning had uitgevoerd.

Op zich is er niets mis met zo’n uitspraak maar als de verhuurder vervolgens 16 jaar niets doet met deze uitspraak van de Huurcommissie en als de buurt waar de woning staat in die 16 jaar tijd ook nog eens veranderd van een achterbuurt in een hotspot, dan is het gevolg alom hele hoge huurprijzen voor woningen in De Pijp behalve voor mijn woning. Door slechts het verstrijken van de tijd werd ineens Ymere de benadeelde partij. Overal in De Pijp vestigden zich expats die abnormaal hoge huren betalen. Verder in De Pijp overal beleggers en pandjesbazen die van huurders en ondernemers af wilden om de huren te kunnen verhogen. Daar tegenover stond mijn huurprijs die niet eens meesteeg met de jaarlijkse huurverhoging.

Stel dat Ymere de dure werkzaamheden in de woning na vele jaren alsnog had uitgevoerd dan zou mijn huurprijs, in vergelijking met de andere huurprijzen in De Pijp, toch laag blijven want de huurprijzen in De Pijp waren voorheen heel laag omdat geen hond vroeger in De Pijp wilde wonen. Tel daarbij op dat mijn huurprijs ook nog eens was verlaagd door de Huurcommissie en vervolgens was er 16 jaar lang geen huurverhoging van kracht op mijn huurprijs. Ik denk -achteraf- dat de Huurcommissie en Ymere hadden besloten dat de enige manier om de huurprijs van mijn woning weer passend in de buurt te krijgen, was om mij het huis uit te zetten. De juiste huurprijs is veel belangrijker dan een mensenleven. Misschien dachten zij dat ik nooit uit die woning zou vertrekken maar ik wilde al een hele tijd verhuizen maar ik kon dankzij regelgeving ook geen kant op. Ik moest woonduur opbouwen voor een betere woning en woonduur bouw je op door niet te verhuizen.

Ik zocht al een andere huurwoning lang voordat Woningnet bestond. Voordat Woningnet er was, werden woningen aangeboden via Archipel en daarvóór via de Woonwerkkrant. Helaas had ik altijd te weinig woonduur om in De Pijp te blijven wonen. De Pijp is de enige buurt in Amsterdam die ik goed ken. Daarvoor woonde ik in Den-Haag. Ik wilde dus in De Pijp blijven wonen. Vond ook dat ik het recht had om daar te blijven wonen want ik woonde er al toen iedereen het nog een achterbuurt vond.

Toen ik ruim voldoende woonduur had opgebouwd voor een normale woning in De Pijp, kwamen er plotseling uit alle hoeken en gaten mensen met voorrang waardoor ik nog steeds geen woning kon vinden. Zelfs met 32 jaar woonduur -nota bene opgebouwd in De Pijp- kun je nog steeds geen normale woning in De Pijp vinden. Onder elke woning, die via Woningnet te huur wordt aangeboden, staat een hele lijst aan voorrangskandidaten. Zij mogen eerst beslissen of ze een aangeboden woning willen hebben. Alle leuke woningen in leuke wijken gaan naar voorrangskandidaten. De woningen die voorrangskandidaten niet willen, vormen het aanbod voor kandidaten die geen voorrang hebben. Het is een oneerlijke manier van woningen toewijzen. Het is discriminatie.

Tegenwoordig verschijnt er niet meer wekelijks maar dagelijks een nieuw aanbod van huurwoningen op Woningnet. Ook nu hebben elke dag voorrangskandidaten eerste keus. Het zou niemand schaden als 2 x in de week alle voorrangsregels zouden komen te vervallen. Mensen die ‘gewoon’ willen verhuizen naar een beter passende woning krijgen dan de kans om eindelijk te verhuizen. Ze laten een lege woning achter waar voorrangskandidaten misschien wel dringend behoefte aan hebben. Een maand voordat ik mijn huis uitgeflikkerd zou worden, kwam ik bij woningbezichtigingen voorrangskandidaten tegen wiens woning pas over een jaar zou worden gesloopt. Toch hadden zij voorrang om mij met mijn 32 jaar woningduur en een ontruimingsvonnis op zak.

Ik denk -achteraf- dat Ymere en de Huurcommissie de huisuitzetting zorgvuldig hebben geregisseerd. Ik hoefde alleen op de zitting bij de Huurcommissie te verschijnen. De Huurcommissie wilde vooral Ymere aan het woord laten op de zitting. Toen ik mijn mond toch opendeed en inhoudelijk meer zinnige informatie gaf dan Ymere, kwam er een medewerker van de Huurcommissie de zittingsruimte binnen lopen met de huurder voor de volgende zaak om aan mij duidelijk te maken dat ik kon optiefen (zie het item: derde uitspraak huurcommissie). Ik zocht er toen geen vuil spel achter. Ik vond het vooral super onbeschoft en ik vond de Huurcommissie ongeïnteresseerd. Ik dacht toen dat dat kwam omdat Ymere precies dezelfde herstelmelding deed als in het jaar 2010 (zie het item: tweede uitspraak Huurcommissie) en weer zonder bewijsmateriaal kwam. Ik had echter niet gerekend op bewijsmateriaal welke in strijd met de procedureregels van de Huurcommissie aan het eind van de zitting aan de Huurcommissie zou worden overhandigd.

In het kader van een geregisseerde huisuitzetting past ook het optreden van de advocaat die ik had ingeschakeld. In het item ‘de rechtspraak deel 3’ staat een uitspraak van de Raad van Discipline. Een klein deel van mijn klacht tegen de advocaat is gegrond verklaard. De advocaat had 2 bewijsstukken, die ik belangrijk vond, niet opgestuurd naar de rechtbank. Een van die twee bewijsstukken was een brief van Ymere. In die brief werden de werkzaamheden in de woning -na een asbestonderzoek- afgezegd door Ymere maar vervolgens ging diezelfde Ymere met een map vol bewijsmateriaal naar de Huurcommissie om te vragen of de huur verhoogd mocht worden omdat ik geen medewerking wilde verlenen aan de werkzaamheden. Dat de advocaat uitgerekend die brief niet naar de rechtbank stuurde, duidt er wat mij betreft op dat hij of wist dat mijn zaak niet behandeld zou worden op de zitting bij de rechtbank of dat hij wist dat hij zich niet zou inzetten voor mijn zaak. Achteraf gezien past ook het optreden van de rechtbank in een geregisseerde huisuitzetting (zie het item: rechtszaak 2). Pas op de 6e zitting zei de rechter dat ze mijn zaak niet mocht behandelen. Wat heeft die clown dan de eerste 5 zittingen gedaan?

Ik heb na de uitspraak van de Huurcommissie overal naar recht gezocht in de rechtsstaat Nederland. Ik heb het helaas niet kunnen vinden. Ik was ook nog van plan om Eigen Haard voor de rechter te slepen omdat iemand een sleutel van mijn huis heeft maar die zaak heb ik laten vallen. Van het Juridisch Loket heb ik gehoord dat de verhuurder niet verplicht is om de sloten van de woning te vervangen als een nieuwe huurder de woning betrekt. De verhuurder moet wel aan de vorige bewoner en alle gezinsleden alle sleutels terug vragen. Als de vorige bewoner of een gezinslid een sleutel aan iemand anders heeft gegeven dan heeft de nieuwe huurder gewoon pech. Er zijn geen juridische gronden om Eigen Haard daarop aan te spreken. Dus ook op dat gebied zijn er geen rechten voor de huurder.

Ondertussen word ik doodziek, zwaar depressief, knettergek, levensmoe, verdrietig, stapelgek, somber en diep ongelukkig van mijn huidige woning. Ik wil WEG! uit deze woning maar ik ben mijn woonduur ook kwijtgeraakt. Ik moet weer opnieuw woonduur opbouwen om uit deze situatie te komen. Dat lukt natuurlijk nooit. Ik weet niet eens hoe ik de dag moet doorkomen in mijn huidige woning. Ik weet echt niet hoe ik hier een leven moet opbouwen. Ik zie het gewoon niet. Ik dacht een lichtpuntje te zien omdat mijn woning onbewoonbaar is en van een buurman hoorde ik dat alle balken in zijn woning houtrot hebben. Van een buurvrouw hoorde ik dat een deel van het plafond van haar woning plotseling naar beneden was gevallen. Dat biedt hoop. Ik heb Eigen Haard gevraagd of en wanneer de woningen worden gesloopt of gerenoveerd. Heb ik geen antwoord op gekregen. Weg lichtpunt. Ik kijk nu iedere dag op Woningnet of ik daar een lichtpunt kan ontdekken. Ik reageer ook op woningen. Het is kansloos maar ik zoek toch elke dag. Ik weet niet wat ik anders moet doen om mezelf in leven te houden. Ik zal in een volgend item laten zien hoe kansloos je bent als je als huurder een betere, bewoonbare huurwoning zoekt.

Eerder had ik mijn woonduur aan Eigen Haard terug gevraagd want wat is je woonduur van 32 jaar waard als je er geen normale woning voor krijgt. Hoe kun je dan nog volhouden dat huurders rechten hebben. Mijn huidige huurwoning is in de basis rot. Aangetast door vocht, houtrot, schimmel en ongedierte. Geen schoonmaakmiddel, verf, vloerbedekking of wat dan ook kan daar verandering in brengen. Al het geld dat je aan de woning spendeert is weggegooid geld. Als huurders in dit land zo goed beschermd zouden zijn dan zou een dergelijke woning nooit op de verhuurmarkt te huur worden aangeboden. Het is een groot schandaal dat je als huurder door een dergelijke onbewoonbare woning je woonduur kwijtraakt. Maar verhuurders zijn wel heel goed beschermd.

 

  • Toen ik mijn woonduur terug vroeg aan Eigen Haard kreeg ik deze mail:
  • Geachte mevrouw (…),

Als reactie op uw vraag of u uw woonduur kan terugkrijgen, moeten wij u teleurstellen. U heeft een woning geaccepteerd en daarmee is uw oude woonduur vervallen. Daarnaast zien wij geen aanleiding om van deze regels af te wijken.

(…)

Met vriendelijke groet, 

  • (…)
  • Eigen Haard

 

Eerst had ik een woning met een gebrek. Als ik een andere woning wilde dan moest ik in die woning met een gebrek woonduur opbouwen. Dat heb ik gedaan en nu heb ik voor mijn opgebouwde woonduur van 32 jaar een woning gekregen die niet bewoonbaar is. Als ik een andere woning wil dan moet ik in deze woning woonduur opbouwen. Zo kom je natuurlijk nooit aan een normale woning. Ik ga opnieuw mijn woonduur aan Eigen Haard terug vragen. Ze zullen het afwijzen maar ik ga dan toch weer opnieuw mijn woonduur terug vragen. Dat blijf ik doen totdat ik mijn woonduur terug krijg.

de rechtspraak deel 3

In het item ‘fraude op rechtspraak.nl’ had ik geschreven dat ik een klacht had ingediend tegen een advocaat bij de Orde van Advocaten in Gelderland. De advocaat werkt in Amsterdam maar staat ingeschreven in Gelderland.

Het contact met de Orde van Advocaten Gelderland heb ik ervaren als correct. De communicatie was tot mijn grote verrassing heel normaal en transparant. Ik probeerde via de Orde nogmaals aan de advocaat duidelijk te maken dat hij tekort was geschoten toen hij mijn zaak behandelde (zie het item ‘fraude op rechtspraak.nl’). De advocaat wilde ook via de Orde van Advocaten geen kritiek op zijn functioneren accepteren. In eerste instantie wilde ik dat de advocaat mijn financiële schade ging vergoeden. In de algemene voorwaarden van de advocaat staat namelijk dat zijn kantoor schade vergoedt welke voortvloeit of verband houdt met de uitvoering van een opdracht door zijn kantoor. Maar de advocaat vond dat hij mijn zaak goed had behandeld. Het bleek ook via de Orde van Advocaten niet mogelijk om tot de advocaat door te dringen.

Ik had van de Orde van Advocaten begrepen dat ik mijn zaak verder kon voorleggen aan een geschillencommissie. Via die geschillencommissie kon ik een financiële schadevergoeding vragen van de advocaat. Een andere optie was om de zaak voor te leggen aan de tuchtrechter bij de Raad van Discipline. Langs die weg zou mijn financiële schade niet vergoed worden maar ik zou misschien wel kunnen achterhalen waarom de advocaat niets zei op de zitting. Ik koos ervoor om liever te weten waarom de advocaat niets zei op de zitting bij de rechtbank. Daarom koos ik ervoor om de zaak voor te leggen aan de tuchtrechter bij Raad van Discipline. Ik wil weten of de advocaat een black out had of dat hij samenwerkte met Ymere en er bewust voor heeft gekozen om zich niet in te zetten voor mijn zaak.

Het contact dat ik had met de Raad van Discipline Arnhem Leeuwarden was ook correct. Net zo correct als met de Orde van Advocaten Gelderland. Alleen op het laatst werd er door de Raad van Discipline niet meer met mij gecommuniceerd. De Raad van Discipline leek toch de behoefte te hebben om de advocaat te beschermen.

De Raad van Discipline stuurde een oproep voor een zitting op 10 mei 2021 om de klacht te behandelen. De zitting was in Arnhem en ik woon in Amsterdam. Ik had wat mij betreft alles al geschreven en alle relevante stukken ter onderbouwing ook al opgestuurd. Mijn aanwezigheid op de zitting vond ik niet van toegevoegde waarde. Sterker nog, ik was van mening dat mijn aanwezigheid mijn zaak geen goed zou doen omdat de advocaat zich elke keer richtte tot mijn persoon in plaats van mijn klacht. Ik wilde dat de advocaat bij de Raad van Discipline op de klacht en de stukken reageerde en niet op mijn persoon. De advocaat klaagde namelijk net als Ymere over mijn blog. Dat vind ik een afleidingsmanoeuvre zodat het niet om hem of de klacht gaat. Terwijl de zaak bij de Raad van Discipline om hem moet gaan. Ik heb daarom aan de Raad een mail gestuurd waarin ik schreef dat ik niet naar de zitting kwam en ook waarom ik niet naar de zitting kwam. De Raad heeft toen gereageerd door mijn mail ook naar de advocaat te sturen omdat het bericht naar alle partijen gestuurd dient te worden.

Op 10 mei 2021 was dus de zitting. Op donderdag 6 mei stuurde de advocaat een email naar de Raad van Discipline waarin staat dat hij niet op de zitting bij de Raad van Discipline zou verschijnen. Hij had een pleitnota geschreven en daar moest de Raad het mee doen. Mijn e-mailadres werd vermeld in de cc zodat ik het e-mailbericht ook kreeg. De advocaat schreef dit aan de Raad van Discipline:

  • Mail van de advocaat:

Geachte mevrouw (-),

Bijgaand treft u de pleitnota in bovengemelde zaak. Zoals wij telefonisch bespraken kom ik niet naar de zitting op 10 mei.

Een kopie van dit bericht zend ik aan klaagster.

Met vriendelijke groet,

  • (-)

Ik vind het typisch voor de advocaat om kort voor de zitting een dergelijke mail te sturen. Een voor mij belangrijke mail kreeg ik ook kort voor de zitting en dan ook nog ‘s avonds. Voor degene die zijn mail ontvangt is er niet veel tijd om er nog op te reageren. De zitting was op maandagochtend en hij mailt donderdagmiddag bijna eind van de werkdag. Er is nauwelijks 1 dag om op zo’n belangrijk bericht te reageren. Maar dit terzijde.

Uit bovenstaande email van de advocaat blijkt dat de advocaat een telefonisch gesprek met de Raad heeft gehad. Aangezien hij van de Raad mocht -en zelfs moest- weten dat ik niet naar de zitting kwam en waarom ik niet naar de zitting kwam, heb ik per email aan de Raad gevraagd waarom de advocaat niet naar de zitting kwam. Daar kreeg ik geen antwoord op. Eerder mochten we verhinderdata doorgeven aan de Raad van Discipline en zij hadden 10 mei als zittingsdatum gekozen. Daaruit leid ik af dat de advocaat die datum niet had opgegeven als verhinderdatum. Ik wilde weten waarom die l*l niet op de zitting wilde verschijnen. De Raad van Discipline reageerde niet op deze vraag en de telefoon werd niet meer opgenomen. De telefoon ging heel lang over of ik kreeg een antwoordapparaat. Op deze manier zou ik de Raad van Discipline Arnhem Leeuwarden natuurlijk nooit te spreken krijgen vóór de zitting.

Ik belde daarom de Raad van Discipline in Amsterdam op voor meer informatie. Ik wilde weten of het gebruikelijk was dat een advocaat niet op een zitting bij de Raad van Discipline verschijnt terwijl er op die zitting een klacht tegen die advocaat behandeld gaat worden. Volgens de Raad van Discipline in Amsterdam is het hun ervaring dat advocaten altijd verschijnen op een zitting waar een klacht tegen hen behandeld wordt. Maar ze wilden mij verder niet te woord staan toen ik aan hen vertelde dat een advocaat tegen wie ik een klacht had ingediend had afgezegd voor de zitting en dat hij een pleitnota had geschreven waar de Raad van Discipline het mee moest doen. De vestiging Amsterdam wilde zich er verder niet mee bemoeien en adviseerde mij om echt de Raad van Discipline Arnhem Leeuwarden te benaderen. Daar werd de telefoon niet opgenomen. Ik heb daarna nooit meer contact met de Raad van Discipline Arnhem Leeuwarden gehad. Ze hebben verder niet gereageerd op mijn mails. Op 5 juli 2021 ontving ik wel hun uitspraak. Die uitspraak ga ik bijna in zijn geheel in dit item publiceren. Alleen het eerste blad met persoonsgegevens publiceer ik niet.

Eerst publiceer ik de pleitnota van de advocaat hieronder zodat je zijn reactie kunt lezen op mijn klacht zoals omschreven in het item ‘fraude op rechtspraak.nl’ De advocaat blijft er elke keer over klagen dat ik hem heb ontslagen. Dat blijft hij volhouden terwijl hij zelf tegen mij had gezegd dat er geen hoger beroep mogelijk was tegen de uitspraak van de kantonrechter. Er viel dus niemand te ontslaan maar hij blijft het volhouden. Ook in deze pleitnota. Hieronder vind je de hele pleitnota van de advocaat. Alleen het eerste blad met o.a. zijn persoonsgegevens heb ik weggelaten.

  • Pleitnota van de advocaat:

Edelachtbare Heer, Vrouwe,

1. Vandaag is aan de orde of ik klachtwaardig gehandeld zou hebben jegens klaagster. Ik ben van mening dat dit niet het geval is.

2. Klaagster klaagt blijkens haar e-mail van 23 april jl. over vijf zaken. De eerste klacht gaat over het gebrek aan contact. Deze klacht is ongegrond. Er is één keer een mailtje gemist door mij. Kort daarna heb ik deze e-mail alsnog beantwoord. Als klaagster voor de comparitie een afspraak had willen maken had zij daarom kunnen verzoeken. Dat heeft zij echter niet gedaan. Telefonisch ben ik goed bereikbaar. Als is er niet ben, wordt er doorgeschakeld naar een secretaressebureau. Ik heb geen enkel bericht van het secretaressebureau over klaagster kunnen vinden. Als zij gebeld had, had ik haar uiteraard teruggebeld.

3. De tweede klacht is dat ik niets inhoudelijks zou hebben gezegd. Als U E.A. het vonnis van de kantonrechter leest, kunt u zien dat alles is gezegd tijdens de zitting. Klaagster zegt niets over iets dat ik niet gemeld zou hebben. Het is mij een raadsel wat ik niet gezegd zou hebben.

4. Klaagster toonde mij op de zitting een document. Ik kon dat niet lezen, omdat het in mijn herinnering een kopie was van een handgeschreven stuk. In randnummer 3.3 van het vonnis citeert de kantonrechter uit dit stuk. De kantonrechter heeft het stuk dus wel degelijk gelezen. Als klaagster – zoals te doen gebruikelijk – voor de zitting mij het stuk had getoond, had ik het waarschijnlijk wel kunnen lezen. Klaagster had er beter aan gedaan het stuk ruim voor de zitting aan mij te overhandigen. Gelukkig voor klaagster heeft de kantonrechter – in strijd met het procesreglement – het klaagster toch toegestaan het stuk te verstrekken. Ook deze klacht is dus ongegrond.

5. Na het vonnis heb ik inderdaad aangegeven dat hoger beroep niet mogelijk is. Dat leid ik af uit art. 37 lid 4 UHW. De wettekst luidt als volgt: “De huurcommissie wijst in haar uitspraak partijen op de in artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde mogelijkheid zich tot de rechter te wenden, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen.” In art. 7:262 lid 2 BW staat: “Tegen een beslissing krachtens dit artikel is geen hogere voorziening toegelaten.” Ook uit Commentaar op het Burgerlijk Wetboek (productie 4) leid ik af dat hoger beroep niet mogelijk is. Uit het arrest van het Hof Amsterdam van 25 juni 2013 leid ik af dat hoger beroep tegen het vonnis niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Dat betekent dat de klacht over het advies niet te appelleren tegen het vonnis ongegrond is.

6. Wel heb ik klaagster erop gewezen dat het mogelijk is het vonnis te herroepen, gelet op art. 382 Rv. Immers, uit het vonnis blijkt, gelet op randnummer 3.3, dat Ymere de renovatie waaruit dat het gehuurde nieuwbouw is, betwist. Uit gegevens die klaagster bij de Gemeente Amsterdam heeft opgevraagd volgt dat de woning van klaagster wel ingrijpend is verbouwd. Ik heb de gemeente gebeld, en heb de gemeente gevraagd of de nieuwbouwnormen gelden voor de door klaagster gehuurde woning. Dat blijkt niet het geval te zijn. Daarom is de norm over geluidsoverlast die de kantonrechter hanteert de juiste norm. Ik heb dat aan klaagster meegedeeld. Vervolgens ontsloeg klaagster mij als haar advocaat.

7. Klaagster wijst op het ontruimingsvonnis van de kantonrechter d.d. 11 oktober 2018. In dat vonnis staat inderdaad dat klaagster geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 26 oktober 2017. Het is mij een raadsel waarom de kantonrechter ervan uit gaat dat hoger beroep mogelijk is.

  • 8. Klaagster verwijt mij dat ik een print van het vonnis over de afwijzing van de schuldsanering heb overgelegd. Dat vonnis zou vervalst zijn. Ik heb dat vonnis gevonden op rechtspraak.nl. Ik heb geen idee wie dat vonnis daar heeft geplaatst. Ik heb daar in ieder geval de hand niet in gehad. Met Ymere heb ik geen contact meer inzake klaagster.

 

  • Dit is de uitspraak van de Raad van Discipline:

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 22 augustus 2019 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 1 september 2020 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K19/114 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 mei 2021. Zoals voorafgaand aan de zitting door beide partijen was aangekondigd is geen van partijen ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft verweerder nog pleitnotities gezonden.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 16. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mail van klaagster van 23 april 2021 en van de pleitnotities van verweerder.

2 FEITEN

2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

2.2 De klacht betreft het optreden van verweerder als advocaat van klaagster in een huurrechtprocedure in de periode vanaf oktober 2016 tot en met oktober 2017. Verweerster huurde van een woningcorporatie een woning, gelegen te Amsterdam.

2.3 Er was sprake van geluidsoverlast in de woning als gevolg van onvoldoende geluidsisolatie. In verband met dit gebrek heeft de huurcommissie bij beslissing van 8 december 2000 de huurprijs met ingang van 1 juni 2000 tijdelijk verlaagd. Op 3 juni 2016 heeft de woningcorporatie de huurcommissie verzocht om te bepalen vanaf welke datum zij aan klaagster weer de oorspronkelijke huurprijs in rekening mocht brengen. Bij beslissing van 25 oktober 2016 heeft de huurcommissie beslist dat de (hogere) huurprijs vanaf 1 juli 2016 in rekening mocht worden gebracht omdat klaagster (aldus de huurcommissie) niet mee wilde werken aan verdere werkzaamheden om het gebrek van de woning te herstellen.

2.4 Daar was klaagster het niet mee eens. Op 23 januari 2017 heeft klaagster bij de kantonrechter een procedure tegen de woningcorporatie aanhangig gemaakt, waarin zij door verweerder is bijgestaan. Bij vonnis van 26 oktober 2017 heeft de kantonrechter onder meer als volgt geoordeeld: Uit het voorgaande volgt dat het gehuurde wordt aangemerkt als bestaande bouw en dat wordt aangesloten bij de in het Gebrekenboek gehanteerde maatstaf. Uit die maatstaf volgt dat er geen sprake is van een gebrek, waardoor er evenmin gronden zijn voor een huurvermindering ook na 1 juli 2016.”

2.5 Bij e-mail van 27 oktober 2017 heeft verweerder het volgende aan klaagster geschreven: Vandaag ontving ik het vonnis. Helaas heeft de kantonrechter de vordering afgewezen.

(..)

Er is geen hoger beroep mogelijk.”

2.6 Hierna is de woningcorporatie een ontruimingsprocedure tegen klaagster gestart. Bij vonnis van de rechtbank van 1 oktober 2018 is klaagster veroordeeld tot ontruiming en verlating van de woning. In dit vonnis is onder meer het volgende overwogen:

Tegen het vonnis van de kantonrechter van 26 oktober 2017 heeft ….. [klaagster] geen hoger beroep ingesteld. Inmiddels is dit vonnis in kracht van gewijsde gegaan, zodat de beslissing in dat vonnis in deze procedure bindend is.”

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) klaagster verkeerd te adviseren met betrekking tot het hoger beroep tegen het vonnis vande kantonrechter van 26 oktober 2017;

b) gebrekkige bijstand te verlenen tijdens de comparitie van partijen;

c) niet of slecht te communiceren met klaagster en slecht bereikbaar te zijn;

d) geen gebruik te maken van de door klaagster toegezonden bewijsstukken.

3.2 Ter onderbouwing van haar klacht heeft klaagster het volgende naar voren gebracht:

ten aanzien van klachtonderdeel a)

3.3 In zijn e-mail van 27 oktober 2017 geeft verweerder aan dat het niet mogelijk is om in hoger beroep te gaan tegen het vonnis. Later is klaagster er achter gekomen dat het wel mogelijk was geweest om in hoger beroep te gaan.

ten aanzien van klachtonderdeel b)

3.4 Tijdens de comparitie van partijen bij de kantonrechter kreeg verweerder een black-out.

ten aanzien van klachtonderdeel c)

3.5 Verweerder heeft de conclusie van antwoord in reconventie (hierna: de conclusie) niet op voorhand aan klaagster voorgelegd. Daarnaast was verweerder vanaf één maand voor de comparitie slecht (telefonisch) bereikbaar.

ten aanzien van klachtonderdeel d)

3.6 Klaagster heeft meerdere bewijsstukken aan verweerder toegezonden die voor de zaak van belang waren om in te brengen in de procedure. Verweerder heeft hier niets mee gedaan.

4 VERWEER

4.1 Verweerder ontkent tuchtrechtelijk verwijtbaar te hebben gehandeld en heeft – naast het verweer dat bij de beoordeling van de klacht besproken zal worden – tegen de klacht onder meer het volgende verweer gevoerd.

Klachtonderdeel a)

4.2 Klaagster zou in hoger beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard. Tegen de beslissing in kwestie is geen hoger beroep mogelijk. Bovendien zou een hoger beroep, indien klaagster al ontvankelijk zou zijn, een kansloze onderneming zijn, omdat voor gerenoveerde woningen niet de geluidseisen voor nieuwbouw gelden.

Klachtonderdeel b)

4.3 Verweerder heeft tijdens de comparitie geen black-out gehad. Verweerder heeft de belangen van klaagster op de zitting adequaat behartigd en alles wat van belang was is aan de orde gekomen.

Klachtonderdeel c)

4.4 De conclusie is inderdaad ingediend zonder deze eerst aan klaagster voor te leggen. Dit was niet nodig omdat de inhoud van de conclusie al op 1 mei 2017 met klaagster was besproken.

4.5 Verweerder heeft eenmaal een e-mail van klaagster gemist maar verder is de communicatie met klaagster goed geweest. Na haar rappel heeft verweerder onmiddellijk op de gemiste e-mail van klaagster gereageerd. Op de e-mail van klaagster van 25 juli 2017 heeft verweerder inderdaad pas op 11 augustus 2017 gereageerd. Dat was op tijd. Daarnaast was verweerder telefonisch goed bereikbaar. Als hij niet aanwezig is wordt de telefoon door iemand anders beantwoord en krijgt verweerder hierover een e-mail.

Klachtonderdeel d)

4.6 De verantwoordelijkheid voor de behandeling van de zaak ligt bij verweerder. De door klaagster aangeleverde stukken waren niet relevant voor de zaak. Daarom zijn deze niet in de procedure ingebracht.

5 BEOORDELING

5.1 Het betreft een klacht tegen het handelen van een eigen advocaat. Bij de beoordeling van een dergelijk handelen geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. De vrijheid die de advocaat daarbij heeft is niet onbeperkt maar wordt begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van de opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengt dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

Klachtonderdeel a)

5.2 Door verweerder is gemotiveerd en onder verwijzing naar wetsartikelen (art. 7:262 lid 1 en 2 BW) en een uitspraak van het hof Amsterdam van 25 juni 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:3478) uiteengezet dat en waarom er in zijn visie geen hoger beroep mogelijk was. Deze zienswijze komt hierop neer dat tenzij er sprake is van schending van een behoorlijke procesorde (een nuance die in de literatuur is ontwikkeld) geen hogere voorziening openstaat.

5.3 Tegenover de juridisch gefundeerde uiteenzetting zoals in de vorige alinea is weergegeven heeft klaagster ter onderbouwing van haar klacht dat over de beroepsmogelijkheid een foutief advies is gegeven niet meer naar voren gebracht dan dat de rechtbank in het ontruimingsvonnis heeft overwogen dat klaagster geen hoger beroep had ingesteld. Daaruit leidt klaagster af dat de rechtbank hoger beroep in ieder geval mogelijk en vermoedelijk zelfs kansrijk oordeelde. Anders dan waarvan klaagster uitgaat leest de raad in deze overweging echter niets meer dan dat het hier gaat om een samenvatting van de situatie zoals deze was, waarbij het vonnis in kracht van gewijsde was gegaan.

5.4 Klaagster heeft niets aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zich de in de literatuur ontwikkelde uitzonderingsituatie voordeed. Derhalve is niet gebleken dat het door verweerder gegeven advies dat geen hoger beroep mogelijk was fout en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

5.5 De raad verklaart klachtonderdeel a) derhalve ongegrond.

Klachtonderdeel b)

5.6 Verweerder ontkent dat hij tijdens de comparitie een black-out heeft gekregen. Daarvan blijkt ook niets uit het proces-verbaal van de behandeling. Dit klachtonderdeel is algemeen gesteld en niet met concrete feiten onderbouwd. Een feitelijke grondslag voor een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen ontbreekt.

5.7 De raad verklaart klachtonderdeel b) derhalve ongegrond.

Klachtonderdeel c) eerste gedeelte en klachtonderdeel d)

5.8 Deze klachtonderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.9 Het verwijt komt hierop neer dat verweerder de conclusie niet aan klaagster heeft voorgelegd alvorens deze is genomen en daarin niet de bewijsstukken heeft opgenomen die klaagster relevant oordeelde en op voorhand aan verweerder had toegezonden.

5.10 Bij e-mail van 2 augustus 2017 heeft klaagster twee stukken aan verweerder toegezonden die zij – aldus de e-mail – nog had gevonden en waarvan het klaagsters bedoeling was dat die in de procedure zouden worden ingebracht. Op 11 augustus 2017 is de conclusie genomen. Verweerder erkent dat de conclusie niet op voorhand ter beoordeling aan klaagster is voorgelegd en dat de aan hem toegezonden stukken niet, althans niet volledig, in het processtuk zijn verwerkt.

5.11 Zoals ook blijkt uit gedragsregel 16 rust op een advocaat de verplichting om zijn cliënt over belangrijke zaken te informeren. Weliswaar heeft een advocaat een grote mate van zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van zijn opdracht maar daaraan doet niet af dat het nemen van een conclusie een moment bij uitstek is waarin een advocaat uitleg aan zijn cliënt dient te geven over de door hem te zetten stappen en daarvoor consent moet vragen. Als dit was gebeurd had ook het probleem dat zich nu feitelijk heeft voorgedaan (namelijk dat er frictie ontstond tussen de wijze waarop klaagster het verweer gevoerd wilde hebben en waarop dat in werkelijkheid gevoerd is) voorkomen kunnen worden. Verweerder had aan klaagster ook een terugkoppeling moeten geven welke uitvoering hij aan het (weliswaar impliciete maar voor verweerder toch duidelijke) verzoek van klaagster om bepaalde stukken in het geding te brengen zou geven. Dit heeft verweerder nagelaten.

5.12 De raad verklaart het eerste onderdeel van klachtonderdeel c) en klachtonderdeel d) derhalve gegrond.

Klachtonderdeel c) tweede gedeelte

5.13 Voor zover dit klachtonderdeel het verwijt bevat dat verweerder vanaf een maand voor de comparitie telefonisch slecht bereikbaar was is dit verwijt dat door verweerder wordt ontkend niet, althans onvoldoende, aannemelijk gemaakt.

5.14 Vaststaat dat verweerder één keer een e-mail van klaagster heeft gemist en een andere e-mail van klaagster wat later (na ruim 14 dagen) heeft beantwoord. Het eerste kan gebeuren en onweersproken is door verweerder gesteld dat hij nadat hij daarop door klaagster was gewezen deze e-mail alsnog heeft beantwoord. Meer is niet komen vast te staan. Deze feiten rechtvaardigen niet de conclusie dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar tekort is geschoten.

5.15 Voor het overige verklaart de raad klachtonderdeel c) derhalve ongegrond.

6 MAATREGEL

6.1 De raad heeft alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen waaronder het feit dat verweerder een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft en is op grond daarvan tot de conclusie gekomen genomen dat volstaan kan worden met het opleggen van een waarschuwing.

7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING

7.1 Omdat de raad de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klaagster betaalde griffierecht van € 50,- aan haar vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:

a) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en

b) € 500,- kosten van de Staat.

7.3 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder a en b genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline” en het zaaknummer 20-657/AL/GLD.

BESLISSING

De raad van discipline:

– verklaart klachtonderdeel c) in zoverre als hierboven is aangegeven en klachtonderdeel d) gegrond;

– verklaart klachtonderdeel c) in zoverre als hierboven is aangegeven en de klachtonderdelen a) en b) ongegrond;

– legt aan verweerder de maatregel van een waarschuwing op;

– veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klaagster;

– veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3.

  • Aldus beslist door (…), leden, bijgestaan door (…) als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2021.

Zoals je hebt kunnen lezen is alles ongegrond verklaard door de Raad van Discipline. Alleen op een klein puntje heb ik gelijk gekregen zodat ik misschien ophoud met dat gezeik. Ik wilde dat de waarheid op tafel kwam. Was misschien wat ambitieus.

Ik krijg de indruk -maar ik ben heel wantrouwig- dat de Raad van Discipline de weg vrij heeft gemaakt zodat de advocaat kan eisen dat ik niet meer zeg dat hij niets zei op de zitting. Volgens de Raad van Discipline is dat niet gebeurd omdat er niets over staat vermeld in het proces verbaal. Alles wat in het vonnis staat en alle stukken die zijn vermeld, heb IK ter sprake gebracht in de rechtszaal. Ik zeg dat niet om mezelf te prijzen want het was allemaal wanhoop. Ik zag gewoon dat de hele rechtszaak helemaal de verkeerde kant op ging toen iedereen communiceerde over mijn zaak behalve de advocaat die ik zelf had ingeschakeld. Ik wist niet wat ik moest doen om de zaak te redden maar ik realiseerde mij wel dat ik er alleen voor stond. Vanuit die wanhoop heb ik gereageerd op alles wat de tegenpartij en de kantonrechter bespraken. Voor zover ik begreep waar zij over spraken.

De rechter heeft tijdens de zitting niets gezegd over het gedrag van deze advocaat in de rechtszaal. Ze had er gewoon geen belangstelling voor. Rechters zijn mensen die hele gezinnen op straat flikkeren. Daarna gaan ze om 17:00 uur naar huis. Het zware werk is volbracht. Mensen uit huis zetten zodat ze dakloos raken is een grove schending van mensenrechten maar bij de rechtbank noemen ze dat recht. Zulke mensen interesseert het echt niet dat jouw advocaat niet functioneert. De rechter heeft er in de rechtszaal geen woord aan vuil gemaakt en ook niet in het vonnis. Betekent dat dat het voorval niet heeft plaatsgevonden? Nee! Want ik zat naast die eikel!

de rechtspraak deel 2

Misschien denk je: deze huurder heeft pech. Ze is haar huis uitgezet vanwege het feit dat de Huurcommissie zich niet aan haar eigen procedureregels heeft gehouden waardoor Ymere bewijsmateriaal tegen de huurder kon inbrengen buiten de procedureregels van de Huurcommissie om. Nog meer pech: de huurder kon het bewijsmateriaal ook niet alsnog opvragen omdat de Huurcommissie het bewijsmateriaal zegt te zijn kwijtgeraakt. Vervolgens werd de huurder door de Huurcommissie voor een bezwaar afgepoeierd naar de rechtbank die doodleuk beweerde dat de rechtbank geen bezwaar tegen de uitspraak van de Huurcommissie mocht behandelen. De huurder raadpleegde tot overmaat van ramp een advocaat die doofstom bleek te zijn op de zitting bij de rechtbank. Daarna trof de huurder de meest asociale verhuisbedrijf waar je maar mee kan verhuizen. Tot slot blijkt de nieuwe woning van de huurder allerlei verborgen gebreken te hebben waardoor het onbewoonbaar is. Tevens blijken buren een sleutel van haar woning te hebben. Dus het drama moet nu wel compleet zijn. Lees “de rechtspraak deel 2” verder

de rechtspraak deel 1

Nadat ik mijn huidige huurcontract had getekend, had ik 12 dagen de tijd om de verhuizing te regelen. Ik heb niet veel spullen maar ze moeten de verhuizing wel overleven. Ik vroeg offertes aan bij verhuisbedrijven. Bleek dat verhuizen big business is. Alle betaalbare verhuizers waren voor weken volgeboekt. Alleen Student Verhuis Service had tijd. Het verhuisbedrijf heeft duizenden positieve reviews op internet. Ach, waarom zouden verhuizers in opleiding geen kleine verhuizing kunnen klaren. Lees “de rechtspraak deel 1” verder