fraude op rechtspraak.nl

Ik dacht dat de hele beerput rond de ontruiming inmiddels op mijn blog stond maar nu komt er heel onverwachts weer vuiligheid bovendrijven. Dus daar gaan we weer.

Eerder had ik al geschreven dat ik op advies van schuldhulpinstantie Puurzuid WSNP had aangevraagd. Dat was het laatste redmiddel om de ontruiming van mijn woning te voorkomen. Puurzuid had de aanvraag voor WSNP in orde gemaakt voor de rechtbank. Ik ging alleen – zonder Puurzuid of een advocaat- naar de zitting bij de rechtbank. Op 25 juni 2019 werd mijn aanvraag door de rechtbank afgewezen. Ik ontving het vonnis per post. Alleen de rechtbank en ik hadden een afschrift van het vonnis. Puurzuid vroeg elke keer om een kopie van het vonnis voor hun dossier. Daarom heb ik aan Puurzuid een kopie van het vonnis gegeven. Dus in totaal waren er 3 partijen in het bezit van het vonnis afwijzing WSNP.

In februari 2020 dook er ineens een gewijzigd exemplaar van het vonnis op. Het originele vonnis beslaat nauwelijks 1.5 pagina. Het gewijzigde exemplaar bestaat uit maar liefst 6 pagina’s. Een advocaat tegen wie ik een klacht heb lopen bij de Orde van Advocaten kwam met het gewijzigde vonnis aanzetten. De advocaat had het gewijzigde vonnis op rechtspraak.nl gevonden. Hij stuurde het gewijzigde vonnis naar de Orde van Advocaten als bewijsmateriaal over mijn betrouwbaarheid. In het originele vonnis staat dat WSNP is afgewezen omdat ik geen problematische schuldenlast heb. In de gewijzigde versie van het vonnis ben ik ook door o.a. misdrijven, psychische problemen, alcohol- drugs- en gokverslaving en een heel scala aan andere problemen in financiële problemen gekomen en is WSNP daarom afgewezen door de rechtbank. De gewijzigde versie van het vonnis werd op 5 augustus 2019 gepubliceerd op rechtspraak.nl Dat wist ik al die tijd niet. Ik ben daar pas in februari 2020 achter gekomen toen de advocaat het gewijzigde vonnis overlegde aan de Orde van Advocaten.

Toen ik het gewijzigde vonnis ontving, heb ik de rechtbank Amsterdam opgebeld om te vragen waarom het vonnis is gewijzigd en vervolgens op rechtspraak.nl is gepubliceerd. De rechtbank –afdeling insolventie- zei dat hun afdeling nooit vonnissen openbaar maakt op rechtspraak.nl De medewerkster geloofde niet dat het vonnis gewijzigd was en ineens uit 6 pagina’s bestond want in haar archief bestond het uit 2 pagina’s. De medewerkster van de rechtbank vroeg of ik het gewijzigde vonnis naar haar wilde mailen. Dat deed ik. Ook het origineel stuurde ik mee. Op mijn mail kreeg ik een antwoord van de teamcoördinator. Hij schreef dat de griffier een fout had gemaakt en per ongeluk extra pagina’s aan het vonnis had toegevoegd. Hij liet meteen het vonnis verwijderen van rechtspraak.nl zie onderstaande link: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:4447

Na fraude bij de Huurcommissie, leugens van Ymere in de rechtszaal, sabotage door de schuldhulpinstantie en intimidatie door de deurwaarder in de wachtruimte van de rechtbank geloof ik niet dat het gewijzigde vonnis per ongeluk op rechtspraak.nl terecht in gekomen.

Wat mij opvalt aan het gewijzigde vonnis is dat alleen een kolom in het begin van het vonnis in het lettertype is van het originele vonnis dat ik heb ontvangen van de rechtbank. Daarna is het lettertype gewijzigd. Er is ook moeite gedaan om de toegevoegde tekst naadloos te laten aansluiten op de tekst van het originele vonnis. De tekst van het originele vonnis eindigt halverwege de 2e pagina. Direct daaronder is de toegevoegde tekst geplakt. De toegevoegde tekst moest blijkbaar naadloos aansluiten op de tekst van het originele vonnis. Dat gaat niet per ongeluk. Dat schreef ik aan de teamcoördinator en toen kreeg ik zijn reactie dat mijn klacht werd doorgezet naar de president van de rechtbank. Ik heb niet het vertrouwen dat vanuit de rechtbank een eerlijk antwoord zal komen want op de eerste, tweede en derde plaats gaat het om hun imago.

Dus nu ga ik zelf maar weer een beetje puzzelen op mijn blog om erachter te komen hoe en waarom het vonnis is gewijzigd en in gewijzigde versie is gepubliceerd op rechtspraak.nl

Eerst moet ik vertellen over de advocaat tegen wie ik een klacht heb ingediend bij de Orde van Advocaten. Ik had hem benaderd na de wonderbaarlijke uitspraak van de Huurcommissie dat (nota bene) Ymere heel graag herstelwerkzaamheden in mijn woning wilde uitvoeren maar dat ik daar niet aan wilde meewerken. Volgens de Huurcommissie diende ik naar de kantonrechter te gaan als ik het niet eens was met hun uitspraak. Vandaar dat ik de advocaat had benaderd. De advocaat had een prettige, informele manier van communiceren. Hij begreep de situatie meteen en ook wat er moest gebeuren om het recht te zetten. We regelden na het eerste gesprek op kantoor verder alles via de mail. Ik stuurde alle gevraagde documenten per mail naar de advocaat. Hij stuurde alle brieven voor de rechtbank per mail naar mij op. Ik reageerde daar ook per mail op. Dat ging allemaal heel goed. De advocaat was prima te bereiken via de mail. Zelfs al ik ’s avonds laat een mail naar de advocaat stuurde, reageerde hij meteen. Dat hoefde wat mij betreft nou ook weer niet maar hij deed het wel.

Toen de procedure ongeveer een half jaar gaande was, ontving ik in juni 2017 bericht van de advocaat dat er een bijeenkomst was gepland bij de rechtbank op 15 augustus 2017. Na de zomervakantie mailde ik de advocaat omdat er vóór de bijeenkomst bij de rechtbank nog een conclusie van antwoord in reconventie naar de rechtbank moest worden gestuurd. Normaal gesproken schreef de advocaat deze reactie en stuurde het dan eerst naar mij op voor op- en aanmerkingen. Daarna stuurde hij de reactie pas naar de rechtbank. Om de één of andere reden reageerde de advocaat in het geheel niet meer op mijn berichten. Dat was ik niet van hem gewend. Op 10 augustus had ik nog steeds geen teken van leven van de advocaat ontvangen. Ik was mij erop aan het voorbereiden dat ik op 15 augustus alleen naar de zitting bij de rechtbank moest gaan. Ineens ontving ik op vrijdagavond 11 augustus toch een mailbericht van de advocaat. Hij had mijn conclusie van antwoord in reconventie -zonder enig overleg met mij- al geschreven en ook al opgestuurd naar de rechtbank?? Hij schreef ook dat hij wel aanwezig zou zijn op de zitting bij de rechtbank. Ik wilde hem wel even spreken o.a. ter voorbereiding op de zitting bij de rechtbank maar de volgende dagen was het weekend. Op maandag 14 augustus belde ik hem op. De telefoon ging over maar werd niet opgenomen. Het leek erop dat de advocaat mij probeerde te vermijden. Ik had alleen geen idee waarom hij dat deed.

Er zat niets anders op dan zonder enig contact of voorbereiding met de advocaat naar de zitting bij de rechtbank te gaan. Ik hield er ernstig rekening mee dat de advocaat niet aanwezig zou zijn ondanks zijn bericht dat hij er wel zou zijn. Bij de rechtbank aangekomen, zag ik de advocaat in de wachtruimte zitten. Alsof er niets aan de hand was, begon hij direct te vertellen dat het geluidsonderzoeksrapport van Ymere in mijn voordeel was. Hij legde dat aan mij uit in rekenformules. De advocaat leek toch gemotiveerd. Daar had ik eerder mijn twijfels over. Niet alleen omdat hij het contact met mij leek te vermijden maar ook omdat hij documenten/bewijsmateriaal -waar hij soms zelf om had gevraagd- niet naar de rechtbank stuurde.

Toen de zitting in de rechtszaal begon, zei de kantonrechter meteen dat ze mijn bezwaar niet mocht behandelen. De advocaat reageerde daar niet op. De advocate van Ymere reageerde wel. Ze zei dat zij ook al die tijd al dacht dat er geen bezwaar mogelijk was. Daarover ging zij –in juridische taal- in gesprek met de kantonrechter. De advocaat reageerde op geen enkele manier op het gesprek dat de advocate van Ymere met de kantonrechter voerde. Het leek alsof de advocaat een black-out had.

De kantonrechter ging verder door te zeggen dat zij wilde onderzoeken of de woning wel een gebrek had. Ook daar reageerde de advocaat niet op. De kantonrechter vroeg toen aan Ymere of er informatie beschikbaar was over de woning. Ymere zei dat alle informatie over de woning kwijt was geraakt door fusies. De kantonrechter concludeerde dat er dus alleen een geluidsonderzoeksrapport in mijn voordeel was. Ymere loog toen dat de woning niet gerenoveerd was.

Toevallig had ik een document bij mij waaruit bleek dat de woning wel is gerenoveerd. Ik liet het aan de advocaat zien. Hij fluisterde dat hij het niet kon lezen. Blijkbaar had hij een leesbril nodig maar had hij dat niet bij zich. De kantonrechter vroeg waar de advocaat en ik het over hadden. Ik zei dat ik een document bij me had waaruit bleek dat de woning wel gerenoveerd was. De kantonrechter vroeg of de advocaat het wilde voorlezen. Om te verbloemen dat hij het niet kon lezen, zei de advocaat dat het een document betrof welke ik niet eerder aan hem had overlegd. Ik had het echter wel naar hem gestuurd want het hoorde bij een eerdere uitspraak van de Huurcommissie welke ik op verzoek van de advocaat naar hem had opgestuurd.

De kantonrechter liet een medewerker van de rechtbank binnenkomen en vroeg of hij kopieën van het document wilde maken. Eén voor de kantonrechter en één voor Ymere. De kantonrechter las het document maar twijfelde of het wel om een renovatie ging. Ik wist 100% zeker dat de woning was gerenoveerd en dat zei ik ook maar het leek erop dat de kantonrechter mij geen serieuze gesprekspartner vond. Misschien omdat ik overduidelijk geen goed beoordelingsvermogen heb gezien mijn keuze voor een doofstomme advocaat? Maar het leek er ook op dat de kantonrechter en de advocate van Ymere juridische taal wilden spreken maar de doofstomme advocaat zei helemaal niets.

Soms leek het alsof de advocaat een black-out had maar soms leek het er ook op dat hij heel kalm een declaratie aan het uitzitten was. Toen de kantonrechter zei dat ze voldoende informatie had, was de advocaat binnen een paar seconden de rechtszaal uit. Ik bleef stomverbaasd achter in de rechtszaal en probeerde het gesprek te volgen dat de advocate van Ymere –in juridische taal- met de kantonrechter aanknoopte. Ik kon er geen touw aan vastknopen maar ik kon mij er ook niet op concentreren vanwege het gedrag van de advocaat. Hij had niets inhoudelijks over mijn zaak gezegd op de zitting. Hij zat daar maar te zwijgen. Kon niets lezen. In de weken vóór de zitting bij de rechtbank was er ook al geen contact met hem mogelijk. Ik ging ook maar weg. In de wachtkamer kwam ik de advocaat weer tegen. Ik wilde met hem in gesprek maar hij had haast om te vertrekken. De advocaat wilde duidelijk geen contact met mij. Er was iets mis met hem maar ik had geen idee wat.

De kantonrechter oordeelde in haar vonnis dat mijn woning niet is gerenoveerd en dus geen gebrek heeft. Echter volgens het archief van gemeente is de woning grondig gerenoveerd. Daarom wilde ik bezwaar maken tegen het vonnis. De advocaat zei echter dat er geen hoger beroep mogelijk was tegen het vonnis.

Dat bleek later hele verkeerde informatie van de advocaat te zijn want Ymere heeft de bezwaartermijn afgewacht en is direct daarna een ontruimingsprocedure gestart. De kantonrechter oordeelde in het ontruimingsvonnis dat ik de huurverhoging niet heb betwist en geen hoger beroep had ingesteld waardoor het eerdere vonnis in kracht van gewijsde was gegaan en nu bindend is. Dat betekent dat ik gewoon kansloos was tijdens de ontruimingsprocedure omdat ik geen bezwaar had gemaakt tegen het eerdere vonnis.

Óf de advocaat heeft een enorm gebrek aan kennis en beschikt ook niet over voldoende vaardigheden om inhoudelijk te communiceren in de rechtszaal óf hij heeft er expres alles aan gedaan om ontruiming van de woning mogelijk te maken voor Ymere. Achteraf denk ik dat Ymere de advocaat heeft benaderd toen de zitting bij de rechtbank werd aangekondigd. Vanaf dat moment vermeed de advocaat het contact met mij.

Na het ontruimingsvonnis kreeg ik het heel druk met het voorkomen van de ontruiming van de woning. Maar toen het even rustiger werd leek het mij een goed idee om de advocaat te laten weten wat het gevolg is van o.a. zijn gebrek aan kennis, zijn verkeerde adviezen en zijn onvermogen om te communiceren in de rechtszaal. De advocaat reageerde heel bot op mijn berichten en hij leek zich te vermaken om de situatie waarin ik terecht was gekomen. Hij zei o.a. dat ik niet benadeeld ben doordat hij verkeerde informatie had gegeven over een bezwaarprocedure omdat ik een hoger beroepsprocedure toch niet kon betalen. Hij was van mening dat zijn fout juist in mijn voordeel was. Ondertussen betaalde ik op basis van geen enkel bewijs wel elke maand een huurverhoging van €65,- en dat met terugwerkende kracht. Plus 2x de proceskosten, deurwaarderskosten en nog 2 keer advocaatkosten, verhuiskosten en moet ik een ander huis opknappen en inrichten. Hoezo niet benadeeld?! Welk voordeel?!

De advocaat accepteerde geen woord van kritiek op zijn functioneren. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat de advocaat expres geen stukken naar de rechtbank had gestuurd. Dat hij zich in de weken voorafgaand aan de zitting bij de rechtbank expres onbereikbaar hield en ook bewust zijn kaken op elkaar hield op de zitting bij de rechtbank. Ook het verkeerde advies over een hoger beroepsprocedure leek mij een bewuste keus van de advocaat. Zonder deze verraadsman was er geen ontruiming.

Ik wilde een klacht tegen hem indienen bij de Orde van Advocaten Amsterdam. Maar daar kenden ze hem niet. Terwijl de advocaat een kantoor had aan de Herengracht 503 in Amsterdam en volgens zijn verhalen woonde hij ook in Amsterdam. De Orde van Advocaten Amsterdam ging het uitzoeken en toen bleek dat de advocaat ingeschreven stond bij de Orde van Advocaten Gelderland. Op internet veranderde het adres van de advocaat ineens in een adres in Zaltbommel met een telefoonnummer in Amsterdam.

Ik heb dus een klacht tegen de advocaat ingediend bij de Orde van Advocaten in Gelderland. De advocaat heeft gereageerd op mijn klacht. Volgens de advocaat was er geen sprake van een black-out op de zitting. Hij schreef dat hij mijn zaak gewoon had behandeld. Ook was er volgens hem geen sprake van dat hij niets kon lezen op de zitting en volgens hem had de kantonrechter ook geen medewerker bij zich geroepen om documenten te kopiëren. Kortom, volgens de reactie van de advocaat heb ik een klacht tegen hem aan elkaar gelogen. Om te bewijzen dat ik inderdaad heel onbetrouwbaar ben, heeft de advocaat het gewijzigde WSNP-vonnis naar de Orde van Advocaten opgestuurd. In dat gewijzigde vonnis staat o.a. dat ik door misdrijven financiële problemen heb en ook psychische problemen heb gecombineerd met allerlei verslavingen.

Eerder had de advocaat in zijn reactie aan de Orde van Advocaten om vonnissen gevraagd. Naar eigen zeggen i.v.m. het erkennen van zijn aansprakelijkheid. Daarom had ik het ontruimingsvonnis opgestuurd naar de Orde van Advocaten. Omdat in dat vonnis staat dat ik geen hoger beroep had ingesteld tegen het eerdere vonnis. Ik had geen hoger beroep ingesteld op het advies van de advocaat dat dit niet mogelijk was. Zijn mail met die mededeling had ik ook overlegd. Maar om de één of andere reden wilde de advocaat het WSNP-vonnis bespreken. Dat vonnis had ik niet opgestuurd naar de Orde van Advocaten omdat het niet in mij was opgekomen dat dat vonnis relevant was. Omdat ik het WSNP-vonnis niet had opgestuurd is de advocaat op rechtspraak.nl gaan zoeken terwijl de afdeling insolventie van de rechtbank zegt dat WSNP vonnissen niet worden gepubliceerd op rechtspraak.nl Toch is de advocaat op die site gaan zoeken en heeft de advocaat het ook nog gevonden en wel in een gewijzigde versie die hem wel heel goed van pas kwam. Het lijkt er wat mij betreft op dat de advocaat al wist dat het gewijzigde vonnis op rechtspraak.nl stond.

Toch denk ik niet dat de advocaat het vonnis heeft gewijzigd omdat degene die het heeft gewijzigd al in het bezit moest zijn geweest van het originele vonnis want de eerste 1.5 pagina van het gewijzigde vonnis bestaat uit het originele vonnis.

Vraag is: wie had het vonnis en wie kan het publiceren op rechtspraak.nl? Buiten mij om hadden alleen de rechtbank en Puurzuid het originele vonnis. Via één van die 2 instanties moet het vonnis zijn verspreid. De teksten die aan het originele vonnis zijn toegevoegd zijn geschreven in de taal van de rechtbank en lijken te zijn gekopieerd uit andere WSNP vonnissen. Zowel de rechtbank als Puurzuid beschikt over andere WSNP vonnissen om uit te kopiëren. Puurzuid had het vonnis maar heeft geen toegang tot rechtspraak.nl De rechtbank Amsterdam had het vonnis en heeft toegang tot rechtspraak.nl maar wat bereikt de rechtbank met die publicatie? Het lijkt mij niet dat zij er wat aan hebben maar misschien gaat het er achter de schermen heel kinderachtig aan toe bij de rechtbank? Het zou kunnen maar ik ken een organisatie met een tak binnen Puurzuid en een poot bij de rechtbank en dat is Ymere. Deze woningcorporatie heeft een hele bijzondere positie binnen de rechtbank Amsterdam. Alle leugens die Ymere tijdens een zitting uitkraamt worden door de rechtbank geregistreerd als feiten. Met zo’n bijzondere positie lukt het misschien ook om een griffier zover te krijgen om een eigenhandig gewijzigde vonnis te publiceren op rechtspraak.nl?

Toen ik via de Orde van Advocaten het gewijzigde WSNP-vonnis ontving vroeg ik mij af wat een WSNP-vonnis nou met de klacht tegen de advocaat te maken had. Zo’n moment van verbazing over een vonnis had ik al eens eerder ervaren. Namelijk toen Ymere de herstelmelding bij de Huurcommissie deed, stuurde Ymere als enige bewijsmateriaal een vonnis naar de Huurcommissie. Het vonnis had totaal niets met de Huurcommissiezaak te maken. Ik vroeg mij toen ook verbaasd af waarom dat vonnis werd meegestuurd als bewijsmateriaal. Achteraf gezien heb ik toen niet goed opgelet. Ik heb het vonnis toen niet gelezen omdat ik het reeds kende en het had niets te maken met de Huurcommissiezaak. Nu ik heb gezien hoe makkelijk er met vonnissen wordt gefraudeerd, had ik het vonnis achteraf gezien wel moeten nalezen. Die rommel van Ymere heb ik inmiddels weggegooid.

De vraag is: wat bereikt Ymere met het gewijzigde vonnis? Ik denk dat Ymere het gewijzigde vonnis nodig had voor de afhandeling van mijn klacht bij de Huurcommissie. Toen ik een klacht bij de Huurcommissie indiende, kreeg ik een bericht dat mijn klacht binnen 6 weken zou worden afgehandeld. Ik had aan de Huurcommissie gevraagd of zij op de één of andere manier hun uitspraak terug konden draaien want er was gewoon nul bewijsmateriaal ter onderbouwing van hun uitspraak. De Huurcommissie leek serieus en vooral láng met de klacht bezig te zijn. Ik belde soms op om te vragen hoe ver ze waren met de afhandeling maar ze namen er de tijd voor. Ik kreeg het vermoeden dat de Huurcommissie met Ymere in gesprek was. De 6 weken afhandeling werden 6 maanden. Opvallend is dat toen WSNP op 25 juni werd afgewezen dat de Huurcommissie er op 16 juli ook meteen klaar mee was. De Huurcommissie verklaarde mijn klacht heel simpel ongegrond. Voor die bullshit reactie had de Huurcommissie dus 6 maanden nodig. Maar over dat zinkend schip bij het IJ ga ik een andere keer schrijven.

Eerst ga ik hieronder het originele vonnis publiceren. Privé informatie en datum e.d. laat ik weg. Meteen daaronder publiceer ik de tekst welke aan het originele vonnis is toegevoegd.

  • Quote originele vonnis
  • De beoordeling
  • (…) Volgens verzoekster bedraagt haar huidige schuldenlast in totaal nog maar circa €1200,-. Dit betreft eigenlijk alleen nog een restant van de schuld aan Stichting Ymere.

Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij deze schuld binnen afzienbare tijd af zou kunnen lossen. Er dreigt echter ook ontruiming van de woning door Stichting Ymere, hetgeen verzoekster wil voorkomen. Het huurconflict met Stichting Ymere speelt al geruime tijd. In 2016 heeft de Huurcommissie toegestaan dat de huur van verzoekster verhoogd werd, welke uitspraak door de kantonrechter is bekrachtigd. Bij (verbeterd) vonnis van 8 november 2018 heeft de kantonrechter de ontruiming van de woning door verzoekster bevolen.

De rechtbank overweegt als volgt. De schuldsaneringsregeling strekt ertoe tegen te gaan dat een natuurlijke persoon die in een problematische financiële situatie terecht is gekomen, tot in lengte van jaren met zijn schulden kan worden achtervolgd. Zoals verzoekster zelf ook onderschrijft, is haar verzoek niet zozeer ingegeven door een problematische schuldenlast –daarvan is immers geen sprake- maar is dit vooral erop gericht ervoor te zorgen dat zij (voorlopig) in haar woning kan blijven. Zou het verzoek worden toegewezen, dan wordt de schuldsaneringsregeling dus gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die regeling is bedoeld (in het midden kan blijven of dit daartoe een geschikt middel is).

De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

De beslissing

De rechtbank:

– wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. M. van Hassel en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019. ¹

  • ¹De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
  • Quote originele vonnis

 

Onder de zin ‘Dit vonnis is gewezen door mr. K. M. van Hassel en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019.’ is de onderstaande tekst toegevoegd aan het originele vonnis.

 

  • Quote toegevoegde tekst op rechtspraak.nl

Formele aspecten

  • Eerder verzoek afgewezen
  • Verzoek(st)er heeft eerder een verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling gedaan dat bij onherroepelijk vonnis van deze rechtbank van ***datum*** is afgewezen. Omdat niet is gebleken van nadien gewijzigde omstandigheden bestaat geen aanleiding voor een andere beoordeling van het verzoek dan destijds gegeven. Ook het tijdsverloop geeft geen aanleiding voor een andere beoordeling. Het verzoek behoort daarom op dezelfde gronden te worden afgewezen.

Goede trouw en ontstaan schulden (art 288 lid 1 sub b Fw)

  • Fraudeschulden
  • De rechtbank stelt vast dat de verzoek(st)er een schuld aan de Sociale Dienst/Belastingdienst/UWV heeft laten ontstaan. Het terugvorderingsbesluit/de belastingaanslag dateert van *** en heeft betrekking op de periode ***. Het gaat om een schuld van in totaal €***. Ten aanzien van het ontstaan van die schuld is verzoek(st)er niet te goeder trouw geweest, want ***(reden: bijvoorbeeld reden terugvordering of belastingschuld ambtshalve opgelegd). Gelet daarop en gezien de omvang van deze schuld(en), ook ten opzichte van de totale schuldenlast, dient het verzoek op grond van artikel 288 lid 1 sub b Fw te worden afgewezen.

Omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw zijn niet aangevoerd of gebleken.

  • CJIB
  • De rechtbank stelt vast dat verzoek(st)er een schuld aan het CJIB heeft. Blijkens het ambtshalve bij het CJIB opgevraagde overzicht van openstaande vorderingen per *** bedraagt de schuld in totaal €***. De vorderingen zijn ontstaan in de periode van *** tot en met ***. ¹ Ten aanzien van het ontstaan van die schulden is verzoeker niet te goeder trouw geweest. Gelet op de omvang van deze schuld, ook ten opzichte van de totale schuldenlast, dient het verzoek op grond van artikel 288 lid 1 sub b Fw te worden afgewezen.

Omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw zijn niet aangevoerd of gebleken.

  • Overbesteding
  • De rechtbank stelt vast dat (een deel van) de schulden is ontstaan als gevolg van overbesteding. Daaronder verstaat de rechtbank schulden waarvan het aangaan niet strikt noodzakelijk is en waarvan verzoek(st)er op het moment van aangaan wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij/zij niet in staat zou zijn om deze te financieren. Onvoldoende aannemelijk is dat verzoek(st)er ten aanzien van het ontstaan van die schulden te goeder trouw is geweest. Deze schulden zijn ontstaan in de periode *** tot en met ***. ² Gelet op de omvang van deze schulden, ook ten opzichte van de totale schuldenlast, dient het verzoek op grond van artikel 288 lid 1 sub b Fw te worden afgewezen.

Omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw zijn niet aangevoerd of gebleken.

  • Recente schulden
  • De rechtbank stelt vast dat verzoek(st)er na het begin van het minnelijk traject schulden heeft laten ontstaan waarvan het aangaan niet strikt noodzakelijk was en waarvan verzoek(st)er op het moment van aangaan wist of had moeten begrijpen dat hij/zij niet in staat zou zijn om deze te financieren. Daarmee is het aannemelijk dat verzoek(st)er ten aanzien van het ontstaan van die schulden niet te goeder trouw is geweest. Gelet daarop en gezien de omvang van deze schulden, ook ten opzichte van de totale schuldenlast, dient het verzoek op grond van artikel 288 lid 1 sub b Fw te worden afgewezen.

Omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw zijn niet aangevoerd of gebleken.

Niet aan de verplichtingen kunnen voldoen (art 288 lid 1 sub c Fw)

  • Ontoereikende inkomsten
  • De rechtbank stelt vast dat verzoek(st)er over onvoldoende inkomsten beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er in staat zal zijn om in zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen geen nieuwe schulden te laten ontstaan, naar behoren na te komen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen. Zodra de financiële situatie van verzoek(st)er is verbeterd, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Verslaving
  • Gebleken is dat verzoek(st)er ernstig gok/drugs/alcohol-verslaafd is of is geweest. Die verslaving vormt (een deel van) de oorzaak van de problematische schuldenpositie waarin verzoek(st)er zich bevindt. Doordat thans niet gebleken is dat verzoek(st)er zijn/haar verslaving gedurende enige tijd onder bedwang heeft en dat de kans op terugval beperkt zal zijn, is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er in staat zal zijn om zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen.

 

  • Psychische problemen
  • Gebleken is dat verzoek(st)er ernstige psychische problemen heeft. Die problemen vormen (een deel van) de oorzaak van de problematische schuldenpositie waarin verzoek(st)er zich bevindt. Doordat thans niet is gebleken dat verzoek(st)er onder duurzame psychische begeleiding staat, is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er in staat zal zijn om zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen. Zodra verzoek(st)er door een verklaring van een hulpverlenende instantie aannemelijk kan maken dat hij/zij zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen kan nakomen, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Zwervend bestaan
  • Gebleken is dat verzoek(st)er dakloos is, geen vast inkomen heeft en een zwervend bestaan leidt. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er in staat zal zijn om zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen. Zodra de situatie van verzoek(st)er is verbeterd, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Weigering budgetbeheer
  • Gebleken is dat verzoek(st)er thans niet in staat is om zijn/haar financiën te beheren en niet bereid is om budgetbeheer te aanvaarden. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c te worden afgewezen. Zodra verzoek(st)er budgetbeheerder heeft aanvaard of voldoende aannemelijk kan maken dat hij/zij in staat is om zijn/haar financiën zelf te beheren, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Weigering betaalde arbeid
  • Verzoek(st)er heeft geen werk. Uit het besprokene ter terechtzitting leidt de rechtbank af dat verzoek(st)er onvoldoende gemotiveerd is om betaald werk te verrichten of te solliciteren naar betaald werk. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichting om zich maximaal in te spannen om zijn/haar inkomen te vergroten door het verrichten van betaalde arbeid, naar behoren zal nakomen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen. Zodra verzoek(st)er werk heeft aanvaard of voldoende aannemelijk kan maken dat hij/zij gemotiveerd is om zich maximaal in te spannen om werk te vinden, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Samenwerking met de bewindvoerder
  • Uit de stukken en het besprokene ter zitting leidt de rechtbank af dat verzoek(st)er onvoldoende gemotiveerd is om samen te werken met een te benoemen bewindvoerder en zich te houden aan de verplichtingen die daarmee samenhangen. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat verzoek(st)er zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen. Zodra verzoek(st)er voldoende aannemelijk kan maken dat hij/zij gemotiveerd is om zich aan de verplichtingen van de regeling te houden, kan opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldensaneringsregeling worden ingediend.

 

  • Ontbreken verblijfsvergunning
  • De rechtbank stelt vast dat verzoek(st)er niet beschikt over een verblijfsvergunning op grond waarvan hij/zij onbeperkt toegang tot de arbeidsmarkt heeft. Daardoor kan hij/zij zijn/haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichting om zich maximaal in te spannen om zijn/haar inkomen te vergroten door het verrichten van betaalde arbeid, niet naar behoren nakomen. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw te worden afgewezen.

 

  • 2x niet verschenen
  • De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van verzoek(st)er moet worden afgewezen. Verzoek(st)er is immers twee keer, zonder tegenbericht, niet ter zitting verschenen. Dat brengt met mee dat zij/hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij/hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn/haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de verzoekschriften zijn ingediend. Bovendien heeft verzoek(st)er door niet te verschijnen niet aannemelijk gemaakt dat zij/hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Daarom dient het verzoek thans op grond van artikel 288 lid 1 sub b en c Fw te worden afgewezen.

Imperatieve afwijzingsgronden (art 288 lid 2 Fw), NB afwijking van sub c wel mogelijk zie art. 288 lid 3 Fw

  • Schulden die voortvloeien uit een misdrijf (art. 288 lid 2 sub c Fw).
  • Uit de stukken en het besproken ter zitting is gebleken dat verzoek(st)er schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling d.d. *** ter zake van een misdrijf. Deze veroordeling is onherroepelijk geworden binnen vijf jaar voor de dag van indiening van het verzoekschrift.

Gelet op het bepaalde in art. 288 lid 2 sub c dient het verzoek te worden afgewezen.

Omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw zijn niet gesteld of gebleken.

  • Eerder in de WSNP gezeten (art. 288 lid 2 sub d Fw).
  • Uit de stukken en het besprokene ter zitting is gebleken dat ten aanzien van de verzoek(st)er eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, te weten in de periode van *** tot ***. Laatstgenoemde datum is gelegen binnen tien jaar voor de dag van indiening van het verzoekschrift. Deze eerdere schuldsanering is niet beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub a of b Fw, en evenmin op grond van artikel 350 lid 3 sub d Fw om redenen die schuldenaar niet waren toe te rekenen. Gelet op het bepaalde in art. 288 lid 2 sub d Fw dient het verzoek te worden afgewezen.

 

¹ De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij verzoekschrift, in te dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.

² Dit in verband met de vijfjaarstermijn

Quote toegevoegde tekst op rechtspraak.nl

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *